Sluit het formulier
Lucht je hart via chat

Zit je in de knoei, stoei je met een vraag, kom je er alleen niet helemaal uit? Lucht dan je hart bij de chathulp van het Cliënten Informatiepunt (Clip). De chathulp is een hulplijn speciaal voor jou. Je kunt er terecht voor allerlei zaken die met Geestelijke Gezondheidszorg te maken hebben. In een gesprek via chat kun je eenzame, verdrietige, vrolijke of onbekende gevoelens delen met een ervaringsdeskundige. Deze vrijwilligers hebben zelf ervaring als cliënt in de Geestelijke gezondheidszorg. Je kunt chatten op maandag- en dinsdagavond van 19.00 tot 22.00 via www.chathulpamsterdam.nl.

Clip is ook telefonisch of per mail te bereiken, zie www.clienteninformatiepunt.nl.

Onze mens is log en bot



De gelijkgeschakelde confectiemens is aan zet. Het web zet aan tot erupties van haat en walging, vooral in Nederland. Daar voert de onderbuikmens het hoogste woord, al dan niet anoniem. Ik zie het gebeuren, en doe niet mee. Ik ben de definitieve outsider geworden.

Van de schoonheid en de troost, maar waar te zoeken? Het gebrul en getier voeden mijn pessimisme, al verzet ik me. Ik heb een zoon die volgende maand eindexamen gymnasium doet. Hij wordt ook 18 in mei. Hij verdient geloof, hoop en liefde.

Gisteren had ik een gesprek bij de gemeente. Eem ambtenaar ging na of ik wel voldeed aan de voorwaarden voor de schuldhulpsanering. Centraal stond de vraag of ik nieuwe schulden had gemaakt. Dat zou exit regeling betekenen. Ambtelijke achterdocht. Uit de categorie: de burger zal de boel wel besodemieteren, wat soms nog waar is ook. Vandaag ontving ik van die functionaris drie kantjes ambtelijke wartaal. Conclusie: ik doe niets verkeerd; ik mag in de schuldsanering blijven. Nog twee jaar, dan mag ik met een schone lei een blanco financiële doorstart maken.

De ambtenaar praatte snel en veel, en vroeg niets. Ze lachte gemaakt. Ik voelde me een defect object, een menselijke vuilnisbak. Een spons die haar onbegrijpelijke jargon mocht absorberen.

Zo'€™n gesprek intimideert me. Ik zei bijna niks terug tegen de ambtenaar. Ik word sowieso steeds stiller. Het is nu 15:38 en ik praatte vandaag nog met niemand. Dat ga ik zo houden. Het is mijn protest tegen de schreeuwende, logge en botte mens. Die stijf staat van de achterdocht en paranoia. Ik doe niet mee aan het krakeel. Ik hou liever mijn kop.

Hulpverleners willen altijd dat ik praat. Ook als er familie over de vloer is, word ik geacht geluid te maken. Ik prefereer de stilte. Die vind ik op het terrein van de verlaten psychiatrische inrichting, en in de Mariakapel van de Grote Kerk. Tegen huisgenote X. zwijg ik ook. Net zei ze in de keuken: '€œHet zijn moeilijke tijden. Ik hoor verschrikkelijke berichten op het nieuws.'€

Ik sprak haar niet tegen. Ze zei ook: '€œIk heb medelijden met je.'€ Maar dat hoef ik niet, want medelijden en minachting liggen dicht bij elkaar.

Gisteren hoorde ik onze minister-president pathologisch liegen in het parlement. Zo geeft onze Grote Roerganger het slechte voorbeeld. Hij mag nog blijven zitten ook. De leugen regeert, en wordt beloond. Welke conclusies zou het loeiende voetvolk daaruit trekken?

Ondertussen wuif ik minzaam naar wie mij verliet en verried. Het zijn er niet eens zoveel, en er blijven genoeg getrouwen over. Zij zijn niet log en bot. Niet zelfzuchtig en onbetrouwbaar. Het zijn echte Menschen. Ik prijs me gelukkig met de mijnen.

Ondertussen ben ik de enige niet die gebukt gaat onder de logge mens. De kunstenaar Rob Scholte is uit zijn museum in Den Helder gezet. Ambtelijke willekeur en cultuurbarbarij door een miezerige burgemeester. Laten wij bidden voor Rob Scholte, die net als ik zijn benen verloor, hij door een bomaanslag; ik door aderverkalking.

Ik blijf ook voor hem in leven. Door een bestaan van onthouding. Ik drink niet, en gebruik geen drugs. Zelfs de sigaretten zwoer ik af (Scholte niet). Ik wil er bij zijn als mijn zoon zijn diploma krijgt.

Ik bid ook voor mijn Facebookvriendin A., die is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, met redeloze angsten. Ze stuurt me wanhopige berichten. Ze is ervan overtuigd dat de psychiater haar hoofd gaat verwijderen. Ze schrijft: '€œZe gaan me in mootjes hakken.'€ Ook A, gaat gebukt onder de logge mens, in dit geval een psychiater.

Gisteren was ik de terreur zat. Ik had zin om te trippen. Ik deed een poging aan mdma te komen, die gelukkig mislukte.  Een leven van versterving en onthouding is het beste voor me. Ik wil clean sterven. Dat is mijn protest tegen de mentaal obese mens, die zuipt en vreet dat een aard heeft.

Nu ik dit schrijf, heb ik zin om te drinken. De ene fles retsina na de andere. Maar ik geef niet toe. Ik gun onze logge mens deze nederlaag niet. Dat hij zich maar klem zuipt; ik doe niet mee. Ik houd me afzijdig. Ik zwelg alleen nog maar in de stilte.

In het spinsel van mijn eenzaamheid zoek ik de kern. Wat is het middelpunt van mijn bestaan, en bestaat dat wel? Iedere ochtend wordt een andere versie van mezelf wakker. Ik weet niet wie ik ben. Ik ben 52 jaar, en heb geen vastomlijnde identiteit. Bestaat dat trouwens wel, een identiteit hebben? Misschien moet ik eens informeren bij de botte mens, hoe je dat doet, jezelf een set eigenschappen toedichten, en daar brullend kond van doen op het internet.

Céline droeg zijn roman Reis naar het einde van de nacht op aan de dieren. Ik voel met hem mee. Beesten schelden en tieren niet, en doden hoogstens functioneel. Onze mens is een martelend schepsel, uit behagen. We hadden er beter niet kunnen zijn. Zou collectieve euthanasie een oplossing zijn? Maar mijn zoon dan?

De namiddag breekt aan, en ik walg van het bestaan. Ik probeer niet defaitistisch te zijn, maar de ondergang lonkt. Ik heb zelfdestructieve neigingen; ik deed er vroeger alles aan mezelf kapot te maken. Ik hield daar mee op, maar het voelt nauwelijks beter. Hoogstens word ik wat frisser wakker. Mijn elektrische sigaret is het laatste genotmiddel dat ik mezelf gun. Zo damp ik mezelf een weg door het bestaan, tastend en zoekend. Fluisterend en jammerend. Hoop is een morele plicht. En ik wil de autoriteit van mijn eigen emotie zijn.

Ik bezie onze mens: vloekend en tierend, obees in het kwadraat. Het verdriet van Nederland is ook mijn verdriet. Containers vol papieren zakdoekjes voldoen niet om alle tranen op te vangen in dit land. En dan heb ik het niet eens over de grote grazers in de Oostvaardersplassen, die massaal uitgeroeid gaan worden. Wat kunnen die beesten eraan doen?

Het is nog geen avond, en ik zie nu al uit naar de verlossende slaap in mijn leger, al ben ik daar niet gevrijwaard van kwellende dromen, waar de logge mens niet nalaat zijn opwachting te maken, de hufter. Uit de diepten, Heer, roep ik U aan: laat de komende nacht gevrijwaard zijn van boze schimmen. Dan brand ik morgen niet één, maar twee kaarsjes in de kapel waar ik mijn toevlucht zoek, op de loop voor de brullende mens.

Peter Pijls, 26 april 2018

Terug naar het overzicht
Om te reageren moet je ingelogd zijn

Wachtwoord vergeten? Klik hier.