Ik blijf gewoon mijn wensen houden

Na een periode met continu opnames, zette Alette (40) haar wensen in de ijskast. Via een aantal stapjes bleek een lang gekoesterde droom toch haalbaar. Zij keerde terug naar Spanje om daar een maand rond te trekken. Vervolgens zette zij haar schrijfambities om in een betaalde blog en de publicatie van een autobiografie. Haar motto: ‘Geef nooit op’.

Ik ken het gevoel van ‘alles houdt op’. Sinds mijn afstuderen ben ik zeven jaar lang bijna continu ziek geweest. Zo zat ik op mijn dertigste volledig uitgeblust in het UMC. ‘Het leven houdt gewoon op voor mij’, dacht ik toen. In de zin van ‘ik krijg nooit meer energie, ik krijg nooit meer leuk werk. Ik kom nooit meer in het buitenland, ik krijg nooit een geregeld leven of zal nooit gaan samenwonen’. Maar je houdt natuurlijk wel je wensen. Nu zeg ik regelmatig tegen mezelf: ik ben al zo’n stuk verder dan ik ooit had gedacht.

Wens 1: In stapjes naar Spanje

Het is niet zo ingewikkeld!

De belangrijkste wens die toch haalbaar bleek, was mijn vakantie naar Spanje. In 2004 ontmoette ik een leuke man met wie ik een relatie kreeg. Een jaar later wilde hij met mij op vakantie. Ik zat er al vijftien jaar op te vlassen dat ik naar Andalusië wilde, in Zuid-Spanje. In 1990 was ik namelijk ook een maand naar Spanje geweest, tijdens een manie, liftend en zonder geld. Hartstikke psychotisch, dus dat ging nergens over. Ik vond het land wel heel mooi. Mijn grote wens was om dat over te doen, maar dan als fatsoenlijke toerist. Dat ging steeds niet, want ik was te ziek. Of te arm. Mijn vriend had een rijbewijs en bovendien heb je al die goedkope vliegmaatschappijen. Dus toen hebben we gewoon zo’n Krasreis geboekt en zijn naar Malaga gevlogen.

Nou hadden we tijdens die reis veel pech. Het bleek ook dat wij niet goed met elkaar op vakantie konden. Dus heb ik alsnog Malaga en al die plekken waar ik in 1990 was geweest, niet gezien. Ook al was de vakantie niet leuk, ik heb toen wel een goed beeld gekregen hoe zoiets in zijn werk gaat. Een wens kan zo onbereikbaar lijken, dat ‘ie dat in je hoofd ook blijft. ‘Hoe kom ik nou in Andalusië?’ Terwijl je tegenwoordig gewoon voor €130 heen en weer vliegt met Ryan Air. En als je op het vliegveld staat rijdt er gewoon een bus. Het is helemaal niet zo ingewikkeld!

Vertrouwen in wat ik aan kan

Een half jaar later ben ik nog een keer geweest, nu voor een congres van de patiëntenvereniging. Ik had al eerder de gelegenheid om mee te gaan, naar Estland en Israel. Maar dat durfde ik allemaal niet. Ik dacht altijd: ik ben bipolair en kan dat niet aan. Nu liep bij deze reis naar Spanje alles in het honderd omdat ze geen tolk hadden geregeld. Bovendien hadden ze het programma volgestouwd van acht uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. In het vliegtuig op weg naar huis had ik een enorme ontlading en heb ik alleen maar zitten huilen. Verrassend genoeg voelde ik mij toen ik op Schiphol aan kwam eigenlijk kipfris. Zo kreeg ik veel meer vertrouwen in wat ik aan kon.

Ook deze reis was dus geen succes, maar door te praten met de mensen die ik op het congres ontmoette kreeg ik wel het idee om zelf te gaan rondreizen. Dat waren allemaal mensen met een psychische ziekte die toch met hun rugzakje Europa in gingen. ‘Dat kan ik ook’, dacht ik toen. En ben het gaan voorbereiden. Zo kwam na zestien jaar mijn wens uit!

Ga lekker!

Dat ik het uiteindelijk gedaan heb, komt door twee heel simpele dingen. Ten eerste dat ik met iemand anders naar Malaga ben gevlogen. Dat ik wist hoe het er daar zo ongeveer uitzag, ik kon me er een goede voorstelling van maken. Ten tweede dat ik door de reis naar het congres merkte dat ik best wel wat kon hebben. De allerbeste herinnering aan het realiseren van deze wens, was toen ik in het vliegtuig zat. Het idee dat ik een maand voor de boeg had in Spanje, met ook nog eens een behoorlijk budget vanwege een belastingmeevaller. Dat je geld hebt en tijd, om door te brengen in het land waar je al zestien jaar heel graag naar toe wil, dat is wel heel erg leuk hoor!

Vooraf ondervond ik nauwelijks tegenwerking. Ik heb wel aan mijn ouders gevraagd, wat vinden jullie ervan? Maar zij zeiden, ‘ga lekker’! Ik zei nog, ‘als iets mis gaat ben ik zo weer thuis’. En toen zei mijn vader, ‘ach, wat moet er nou mis gaan’. Dat vond ik wel belangrijk. Als zij zich veel zorgen zouden maken, had ik het misschien anders aangepakt. Later heeft mijn schoonmoeder nog wel eens gezegd, ‘naar Spanje! Dat je ouders dat goed vonden, er had toch van alles kunnen gebeuren’. Dat raakte mij wel. Ik dacht toen, ‘als we met zo’n mentaliteit naar de dingen gaan kijken, gebeurt er dus nooit meer wat’.

Wens 2: Naar een betaalde blog

Een andere wens die niet realiseerbaar leek, was werk. Ik heb zo’n tien jaar vrijwilligerswerk gedaan. In die tijd heb ik twee keer geprobeerd om een tekstbureau op te zetten en beide keren zijn geëindigd in een manie. Maar vrijwilligerswerk, en zeker het werken in een zogenaamde beschermde omgeving (speciaal voor cliënten), dat is niks voor mij. Ik krijg dan het idee dat er een plekje voor mij wordt gecreëerd. Alsof je als het ware gedoogd wordt. Daar kan ik niet tegen. Ik wil het zelf doen.

Klus via Twitter

Toen ik vorig jaar uit het ziekenhuis kwam, zag ik een klus voorbij komen op Twitter voor een betaalde blog. Die heb ik binnengehaald door de manier waarop ik schrijf, denk ik. Want voor de rest werkte alles in mijn nadeel. Ik heb tegen de opdrachtgever gezegd dat ik een bipolaire stoornis had en af en toe vijf maanden uitval.

Dat vond hij niet erg. Hij heeft eerder werk van mij gezien, blogs op andere sites zoals de patiëntenvereniging en Ervaringswijzer, en wou me graag hebben. Toen ik daarna door ziekte inderdaad vier maanden van de aardbodem verdween, was dat geen probleem. Hij wist waardoor het kwam omdat ik het van tevoren had aangekondigd.

Mijn praktische tip aan anderen zou zijn: als je zo vaak uitvalt als ik, en je probeert een langlopende klus te versieren, wees dan gewoon open. Anders ben je hem na je eerste ziekteperiode weer kwijt. Het is ook goed geweest voor mijn eigen moreel, want je hoort altijd ‘”Ze” willen ons niet hebben op de reguliere arbeidsmarkt.’ Nu het bij mij goed blijkt uit te pakken, kan ik verkondigen ‘Jawel hoor, dat kan best!’ Als het maar heel goed past bij wat je kunt. En als jouw opdrachtgever jouw beperkingen accepteert.

Ik rekening sturen, zij betalen

Sindsdien verdien ik dus regulier met schrijven. Het geld dat ik verdien is niet zo veel. Maar het feit dat ik voor een fabrikant werk die blogs nodig heeft voor online marketing, daar gedij ik heel goed bij. Gewoon puur zakelijk: wij opdrachtgever, jij schrijver. En dan: ik rekening sturen en zij betalen. Zonder verdere pretenties. De rekening die ik kan versturen, geeft mij het gevoel dat ik toch marktwaarde heb. Ik vind het erg om van een uitkering te moeten leven. Al staat er maar vijftig euro op die rekening, het is toch geld dat IK met schrijven heb verdiend!

Wens 3: Een eigen tekstbureau

Hardnekkige wens

En daarmee ga ik via een kleine omweg toch richting een Kamer van Koophandel inschrijving. Want mijn wens is dus al zestien jaar een eigen tekstbureau. Ik ben daar heel hardnekkig in. Als ik op mijn sterfbed lig, zullen mijn laatste woorden zijn, ‘jammer dat het niet gelukt is met dat tekstbureau!’

Daar heb ik al veel informatie over verzameld bij mijn eerdere pogingen. Een tekstbureau zou betekenen dat ik een officieel bedrijf word, naast de Wajong. Aan de ene kant is het puur voor het idee: ik wil al zo lang een eigen bedrijf. Aan de andere kant is het handig als je de inkomsten van de rekeningen die je verstuurt via je eigen bedrijf kunt laten lopen, zodat het helemaal officieel wordt. Nu is het dat ook wel, maar staat het nog te boek als ‘overige inkomsten’ bij de belasting.

Eigenlijk geldt hetzelfde als op vakantie gaan naar Malaga: zoveel heeft het nu ook weer niet om het lijf. Het is voornamelijk een administratieve vorm, die gewoon logischer is op het moment dat je meerdere opdrachtgevers krijgt.

Het heilige moeten is er af

Ik ben nu veertig en de ene schrijfwens is gerealiseerd, de andere, het tekstbureau, nog niet. Vroeger had ik zoiets: dat moet, want dan sta ik maatschappelijk op de kaart. Nu denk ik: ik sta al op de kaart en ik ga gewoon kijken of het lukt. Lukt het niet, dan zie ik wel weer wat er dan gebeurt. Het heilige moeten is er af. Dat maakt het veel relaxter.

Dat ik deze instelling bereikt heb is denk ik genade van boven. Ik ben Ibo tegen gekomen en sindsdien ben ik gelukkiger. De opnames zijn gewoon door gegaan, dus het is niet zo dat de ziekte minder is geworden. Maar ik heb de boel nu beter voor elkaar. Na een opname kom ik terug in een huis waar iemand anders woont. Ik ben veel meer gesetteld. Daar heb ik niet zozeer zelf iets aan gedaan. Of je de goede partner tegenkomt, heb je gewoon niet in de hand.

Wat ik anderen zou willen meegeven? Drie woorden: Geef Nooit Op. Ik reken mezelf toch wel tot de mensen met een zware bipolaire stoornis. Ik vind het daarom belangrijk om te communiceren aan de buitenwereld: het is niet het einde van de wereld. Je kunt gewoon je dromen hebben.

Alette

tags: 

Lees de interviews:

tags: