Je moet wel blijven groeien

Bierbrouwerij De Prael is een van de bekendste sociale firma’s in Amsterdam. Er werken zeventien betaalde krachten en honderd vijftig vrijwilligers. Sociale firma’s hebben zowel een commerciële als een sociale doelstelling. Oprichter Arno Kooy vertelt.

‘Het project is tien jaar geleden gestart vanuit een tevredenheidsonderzoek binnen het activiteitencentrum van GGZ InGeest. Daar kwam uit dat veel mensen graag in een bedrijf wilden werken dat voor en door cliënten was. Mijn werk was om mensen te plaatsen in het bedrijfsleven. Dat ging vaak mis op cultuurverschillen. Ik kwam toen net terug van een buitenlands bezoek aan een brouwerij waar mensen werkten met het syndroom van Down.

Ik dacht: ‘waarom niet zelf een bedrijf opzetten’. We wilden onafhankelijk zijn van de GGz. We willen het echt zelf doen en niet vastzitten aan de bureaucratie van een GGZ organisatie. Met een plan van drie A4tjes lang zijn we naar bureau Wesseling gegaan. Dat waren snelle jongens en ik dacht dat ze me zouden uitlachen. Het tegendeel was waar.

Ga ervan uit dat het de moeite waard is

Ze waren enthousiast en hebben ons geholpen met het schrijven van een bedrijfsplan. Daarmee zijn we fondsen gaan werven. In het begin waren ze nog vrij sceptisch. De formule van een bedrijf dat gerund werd door mensen met een psychiatrische achtergrond was nieuw. Maar al snel waren ze enthousiast en het was binnen vier maanden rond.

In je bedrijfsplan moet je nadenken over productkeuzen. Kan dat klein? Moet dat groot? Als je ziet dat er een kans zou zijn, dan moet je investeren. Als je geen geld hebt, moet je zorgen dat je geld krijgt. Dan ga je de boer op. Naar de bank of fondsen. Van de overheid en gemeenten moet je niks verwachten. Hooguit helpen ze je met vergunningen en dergelijke.

We zijn met twee mensen gestart. Binnen drie weken waren het er twintig. Het ging rond als een lopend vuurtje. We begonnen in de tijd dat de financiering vanuit de AWBZ nog soepel ging. Als we nu hadden moeten beginnen was het moeilijker geweest. Maar je moet altijd eigenwijs zijn als je iets begint. Je moet de aanname hebben dat wat je maakt de moeite waard is. Daar begint het mee.

Geen zielig biertje

Daarnaast is er een verschil tussen het hebben van een creatief idee en alles wat er komt kijken bij de uitvoering. Want we hadden wel de creativiteit, maar waren minder bedreven in de commerciële en administratieve vaardigheden. Daar moesten we veel in leren. Ik raad anderen daarom aan om te zorgen voor een keiharde administratie en begroting.

We profileren ons in eerste instantie met het product en niet met het sociale doel. Je moet uitkijken dat mensen je product niet gaan zien als een zielig biertje. Verder moet je marketing niet overschatten. Je moet niet denken dat als je maar een uitgebreid marketingplan hebt, het vanzelf gaat. Het is vaak enorm prijzig en het effect is moeilijk na te gaan. Je kunt ook zelf je klanten werven door face- to- face contacten.

Met concurrentie heb ik niet zo’n probleem. We zitten in het speciaal bier. Je hebt ook nog een brouwerij op het IJ. Ik noem het concullega ’s. Je moet je onderscheiden en tegelijk kijken wat je samen kunt doen. Af en toe botst dat.

Geen valse concurrentie

Ik vind het feit dat we voor een deel werken met subsidie geen valse concurrentie. We zitten in een collectief van brouwerijen. Dan hoor ik ook wel eens ‘jullie hebben het makkelijk’. Dan zeg ik: ‘Wat let je om het ook te doen?’ En dan vertel ik gelijk wat de consequenties zijn. Dan wordt het stil. En als er mensen zijn die het wel interessant vinden: des te mooier.

Het feit dat we subsidie nodig hebben, is omdat we het zo hebben ingericht dat er op allerlei niveaus mensen kunnen werken. Wij hebben ervoor gekozen dat je dingen kunt leren door te werken in het magazijn, het transport, de winkel. We hebben een afvuller uit 1963. Je zou een volautomatische kunnen kopen, maar dan heb je een handtaak minder. We kunnen al die handmatige dingen eruit gooien en dan met twaalf mensen werken, maar dan mis je wel wat.

Nederland is er niet meer op ingericht dat geld voor goede doelen uit gemeenschapsgeld komt. Volgens mij is de enige toekomst dat je commercieel wordt. Dus: onderzoek wat je mogelijkheden zijn. En het is hard werken, want je bent ondernemer. Het is ook goed als je minder afhankelijk wordt van subsidie. Al gaat het op dit moment met die bezuinigingen wel erg snel. Overigens is subsidie geen makkelijk geld. Het zijn trage betalingstrajecten.

Als je niet meegaat, verlies je

Om geld te werven moet je ook kijken of je contact kunt maken met bedrijven. Veel bedrijven vinden het interessant om zich te profileren met een sociale doelstelling. Zeker als je je activiteit creatief kunt koppelen aan het bedrijf. Om vrienden te maken hebben we bedrijfsleiders lid gemaakt van ‘Het gelagh van De Prael’. Een keer in de maand organiseren we een bedrijfsborrel. Dan raak je vanzelf in gesprek.

We zijn nog steeds een stichting. Met mijn medeoprichter maak ik het beleid. En het bestuur kijkt mee. Bemoeienis kan vervelend zijn, maar je moet gezonde controle hebben. Het is overigens geen must om een stichting te zijn. Ik zou een BV aanraden, dan kun je snel op de markt reageren. Als je elke stap moet overleggen met een bestuur, dan is je concurrent je al weer voorbij. Je moet flexibel kunnen zijn met je producten.

Want je moet altijd blijven groeien. De omgeving gaat verder. Als je niet meegaat, ga je verliezen. Daarom moet je altijd denken hoe je verder kunt. Je moet niches pakken. Je moet marktconforme prijzen hebben en ook kwaliteit. Meer bier verkopen. En dat terwijl ik van nature niet iemand ben van wie alles beter moet.

Af en toe gaan er mensen onderuit

We proberen zo laagdrempelig mogelijk te zijn voor mensen die hier willen werken. Het moet wel iemand zijn die niet zomaar de reguliere arbeidsmarkt opkomt. Ik wil wel motivatie zien. Niet dat mensen komen vanwege de dagvergoeding. En we krijgen allerlei soorten mensen. Met allerlei problemen. Ook mensen die verslaafd zijn geweest aan alcohol.

Je kan er ook mensen tussen mixen zonder achterstand. Dan kun je meer, maar het gevaar is dat je je doelstelling uit het oog verliest. Dan heb je kans dat de doelgroep meer voor spek en bonen meedoet. Dan laat je het aan die medewerker over die al goed draait. Dan had je net zo goed een gewoon bedrijf kunnen beginnen.

Het is een wankel evenwicht tussen winst en herstel. Af en toe ga je daarmee de fout in. Afgelopen najaar gingen we met twee andere brouwerijen bockbier maken met noten. Wij deden amandel. Duizend liter moest er gebrouwen worden. Na twee dagen zag ik dat alle etiketten verkeerd geplakt waren. Of er komen ineens veertig mensen de zaak binnen. Want de brouwerij loopt over in een café. Dat vraagt veel van je medewerkers. Af en toe gaan er mensen op onderuit.

Werken nog steeds beste medicijn

Ons sociale doel is dat mensen groeien in hun werkcapaciteit. Dat we vrijwilligerswerk kunnen omzetten in betaald werk. Of dat ze elders betaald werk vinden, dankzij de werkdiscipline die ze hier opdoen. Qua ondersteuning doen we daar weinig in. Mensen zijn gewoon aan het werk.

Omdat je werkt met mensen die soms minder goed draaien, moet je beoordeling strakker zijn. Als mensen geen prestatie leveren, moet je ze op een andere plek zetten. Net als een gewoon bedrijf. Je krijgt hier wel meer gelegenheid om jezelf te ontwikkelen. Je moet je personeel ervan doordringen dat wat ze doen super belangrijk is.

Werk is nog steeds het beste medicijn. Vrijwilligers ontwikkelen zich bij ons doordat ze zich staande moeten houden in een commerciële setting. Dat werkt emanciperend. En vanwege de binding met het product. Je kunt trots zijn op het bedrijf. En op jezelf. Dat je in staat bent daar in te werken, terwijl je dat eerst niet kon. Zien dat er van alles mogelijk is. Dat is voor mij nog steeds de grootste motivatie om bij De Prael te draaien.’

Noot: Arno Kooy is maatschappelijk ondernemer zonder psychiatrische achtergrond. We hebben ervoor gekozen dit verhaal toch te plaatsen vanwege de inspirerende ervaringen.

Arno

tags: 

Lees de interviews:

tags: