Naast kunst maken ook levenskunst leren

Isolement tekende het leven van Bart (45). Totdat hij samen met een aantal andere cliënten kunst ging maken in het Diep Water Collectief. In april 2014 bestaat de Amsterdamse vereniging twintig jaar waarvan hij bijna dertien jaar penningmeester is geweest. Als groep sta je sterker en kan je meer bereiken, dat heeft hij wel geleerd de afgelopen jaren.

Lotgenotencontact speelt een belangrijke rol binnen het Collectief. De leden hebben allemaal ervaringen op het gebied van de psychiatrie, zoals bijvoorbeeld een opname. Dat hoef je niet te verbergen.

Ook is er begrip voor mensen die in een moeilijke periode zitten, waardoor ze dingen minder goed aankunnen of het lastig vinden om iets op zich te nemen. Vergeleken met andere kunstenaarsverenigingen is er binnen het Diep Water Collectief meer begrip voor dergelijke omstandigheden.

Gemeenschappelijkheid

We hebben onze vereniging een Collectief genoemd met het idee dat iedereen een bijdrage levert. In de praktijk blijkt dat lastig te realiseren. Leden die naast hun creatieve activiteiten zich ook inzetten voor ondersteunende en/of bestuurlijke functies van het Diep Water Collectief, zijn vaak in de minderheid ten opzichte van de leden die zich puur en alleen richten op creatieve activiteiten. Die verhouding is uit balans en dat leidt wel eens tot onderlinge spanningen.

Waarom het dan toch lukt, is volgens mij de gemeenschappelijkheid. We zijn allemaal kunstenaars met een kwetsbaarheid. En de mensen kunnen zich uiteindelijk inleven in de ander. De wens leeft om er samen uit te komen en men is bereid tot het sluiten van compromissen. Dat houdt ons op de been.

Kleine verwachtingen

In de eerste jaren dat we een atelier hadden, heerste er meer dan nu een sfeer dat iedereen een bijdrage leverde. Er was begrip als je een tijdje niks kon, maar aan de andere kant werd er toch wel wat van je verwacht. Dat je je regelmatig actief voor de vereniging inzette. Ik ben daar tussen de verschillende gewenste activiteiten op een gegeven moment ingestapt, omdat er geen ander was om het te doen.

Toen ontdekte ik dat ik bepaalde dingen, zoals afspraken maken, secuur werken, volhouden, tegen mijn verwachting in, toch kon. Al doende leerde ik. In het begin werd ik begeleid en ingewerkt met die financiën door een bestuurslid. Hij had veel ervaring dankzij een financiële functie die hij bij de Publieke Omroep had.

Steun in verantwoordelijkheid

Gelukkig nemen leden van het Diep Water Collectief soms een taak op zich. Op een gegeven moment is duidelijk waar behoefte aan is, wat gedaan moet worden. Zij doen dit vaak zonder zeker te weten of ze het wel kunnen. Er moet ook wel een cultuur heersen dat iemand zich zo veilig en gesteund voelt, dat iemand die verantwoordelijkheid durft te nemen.

Mensen die bij ons een behoorlijke verantwoordelijkheid dragen, voelen zich gesteund. Dat is het geheim! Zo hebben we bijvoorbeeld een duorol voor de financiën of in de functie van voorzitter. Een subsidieaanvraag helemaal alleen doen, is heel zwaar. Het is beter om dat samen te doen. Iedereen die bij ons komt heeft toch een bepaalde kwetsbaarheid en samen ben je sterker dan alleen.

Doorzetten stimuleren

Naast de herkenning met lotgenoten, wat heel fijn en veilig kan voelen, hebben leden onderling wel eens strijd doordat er verschillende uitgangspunten en/of belangen zijn. Zo is er maar een beperkt budget wat de deelnemers natuurlijk het liefst zo veel mogelijk voor hun eigen activiteit willen gebruiken. Dat brengt wel eens spanningen met zich mee. Het collectief probeert de leden te stimuleren door te zetten. Daar hebben ze behoefte aan, juist op momenten dat het moeilijk is.

Plezier is de drijfveer

Het is deels uit eigenbelang, dat ik wil dat de vereniging blijft bestaan. Dat ik een ruimte heb om te schilderen, om mooi werk te maken. Dat is voor mij een goede stimulans om vol te houden. Ook het hebben van een sociale functie drijft me: zo hoor ik ergens bij. Dat is belangrijk, zeker in deze “losse” tijd.

Het plezier dat ik eraan beleef, valt niet te onderschatten. We hebben zeker leuke en bijzondere dingen gedaan in het verleden, en dat doen we nog steeds. Die heerlijke avonden dat je hier alleen staat te schilderen. Of nog leuker, met twee of drie mensen. Dat iedereen lekker bezig is. Dat je niet, of weinig, met elkaar praat, met een soort verstandhouding, omdat je samen met kunst bezig bent.

Filosofie of projectplan

Ja, we hadden in het begin wel het geluk dat Cor Pieterse erbij zat. Hij had een achtergrond in de kunstenaarsvakbond. Daardoor wist hij veel meer van dat soort dingen, zoals het reflecteren op verenigingen, besturen en subsidieregelingen in de ZorgVernieuwing.

Hij heeft altijd met stukken en dergelijke geprobeerd een gezamenlijke visie te ontwikkelen voor het Collectief, om tot een discussie te komen voor die gezamenlijke visie. Het was helaas zo dat niet iedereen daar in geïnteresseerd was. Wij vonden Cor in het begin soms ook te theoretisch. Wij wilden gewoon aan de slag en niet teveel praten. Tot zover toen onze visie.

Visie versus praktijk

Het is natuurlijk goed om een visie te hebben, maar je merkt wel dat de praktijk steeds de visie bijstuurt. Gaandeweg loop je tegen dingen aan. Meestal zaken die je niet had voorzien. Dan moet je toch de visie aanpassen aan de praktijk. Dat is de spanning tussen hoe je zou willen dat dingen zijn en hoe dingen in werkelijkheid zijn. Zo heb je bijvoorbeeld een activiteitenbegroting opgesteld voor het jaar en wordt er halverwege een nieuwe activiteit opgestart die dan onverwachts zoveel extra kost dat je dat ergens anders moet compenseren.

Vaardigheden bestuursleden

Een aantal vaardigheden zijn belangrijk als je lid wilt zijn van ons Project. Zoals, communicatievaardigheden, de bereidwilligheid om compromissen te sluiten en het vermogen om je in te leven in de ander. En verantwoordelijkheidsgevoel, daar zit natuurlijk een verschil in tussen een gewoon lid en een bestuurslid. Maar iedereen zou in principe bestuurslid kunnen worden.

Ook enig inzicht in kwetsbaarheden en ziektebeelden is belangrijk. Van anderen, maar op de eerste plaats van jezelf. Het is belangrijk dat je zelf kunt handelen op het moment dat je merkt het niet goed met je gaat. Dat je daar zo min mogelijk de vereniging of de groep mee belast.

Anderen kunnen daar ook bij betrokken zijn; ze kunnen je opzoeken of ondersteunen. Het is wel voor de andere leden een stuk minder zwaar als je zelf ervaring hebt hoe je met dingen om moet gaan. Dat je hulp inroept, dat je weet hoe je hulp moet krijgen, of dat je gewoon zegt dat je even rust moet hebben. En dat je dat ook weer kan communiceren met de anderen. Er wordt dus een groot beroep gedaan op je sociale vaardigheden.

Loslaten

Soms ontstaan er spanningen en conflicten en kan het er best heftig aan toe gaan. Het is voor een bestuurslid zeker belangrijk om met conflicten om te kunnen gaan, zonder de ander te beledigen. Om met een bepaalde afstand van je eigen emotie niet tot een persoonlijke aanval te komen. Daar ontwricht je de samenhang van de groep mee.

Voor mensen die daar geen helemaal kaas van hebben gegeten is dit niet de goede plek. Vooral omdat ze anderen een onveilig gevoel geven. Er dient hier natuurlijk een veilige sfeer te zijn om te creëren en samen te werken.

Subsidie

We zijn met niets begonnen. We hebben een keer samen geëxposeerd. Daarna zijn we een tijd bij elkaar op bezoek geweest. Soms ontving iemand ons. Later zijn we op zondagmiddagen in buurthuizen samengekomen. De overgang naar een eigen ruimte was enorm. Dat ging met subsidie van de ZorgVernieuwing en met een eigen bijdrage van de leden.

Later is de subsidie van de ZorgVernieuwing overgegaan naar de WMO-regeling, maar het moet elk jaar worden aangevraagd. De gemeente erkent dat we een belangrijke functie hebben. We hebben goodwill opgebouwd opdat ze ons blijven ondersteunen, maar het blijft elk jaar weer spannend, zeker met de nieuwste WMO-bezuinigingen.

Tegenslagen

Onze ruimte werd twee keer opgezegd.. We huurden een ruimte naast een crèche en de verhuurder wilde onze ruimte daarbij trekken. Hij zegde tijdens de vakantietijd de huur op met een maand opzegtermijn. Dan kom je terug van vakantie en moet je in no-time verhuizen en moet er een andere plek geregeld worden.

We vonden vervolgens een atelier met een tijdelijk contract aan de Polderweg. Het motto was: dan hebben we tenminste iets. We hebben er nog jaren gezeten, maar we wisten wel dat we uiteindelijk een andere ruimte moesten vinden. En als het dan definitief wordt dat je weg moet is het wel spannend. Maar het is ons gelukt de ruimte aan de Rozengracht te betrekken.

Verder zijn er ook mensen die wegvallen, mensen die overlijden, mensen die niet bereid zijn in te schikken, die hun ego op de eerste plaats zetten. Niet in staat zijn samen te werken en in een groep te functioneren en daarom boos weglopen. Maar er zijn ook mensen die verder gaan, naar een hoger plekje op de maatschappelijke ladder.

Ongewenst gedrag

We hebben als consumer-runorganisatie geen betaalde krachten of hulpverleners die het beleid bepalen. Dat moeten onze leden, als groep als geheel dus zelf doen. Je beslist zelf of bepaald gedrag ongewenst is. Of iemand kan blijven bijvoorbeeld.

Dat is het mooie maar maakt het ook moeilijk: je oordeelt over iemand die ook lid is van de groep. Er is geen instantie, geen scheidsrechter of autoriteit die zegt: dit kan wel en dit kan niet. Dat is dan minder duidelijk en dat geeft natuurlijk ook emoties.

We moeten er samen uitkomen. Om dat samen-gevoel te verbeteren organiseren we workshops voor mensen die dezelfde manier van werken hebben en die dan les kunnen krijgen. Dat schept een band. Maar ook met uitstapjes en filmavonden en dat soort gezellige activiteiten komen we tot dat samen-gevoel.

Toekomstplannen

In ons atelier, dat niet zo heel groot is, lopen we tegen de grenzen van onze capaciteit aan. We proberen, nu meer dan vroeger, bij nieuwe leden wat meer te selecteren of ze wat kunnen bijdragen aan de vereniging. Wat heeft iemand voor mogelijkheden om mee te helpen het Collectief in stand te houden.

Verder moeten we blijven nadenken over wat ons bijzonder maakt, wat ons relevant maakt. Daarbij is het belangrijk om gezamenlijk meer op kwaliteit aan te sturen. Maar iedereen is zelf verantwoordelijk om zijn kunstenaarschap vorm te geven en verder te ontwikkelen.

We bieden materiaal, documentatie, een ruimte, workshops en uitjes. Verder kun je elkaar inspireren met je manier van werken. Je kunt zo je horizon verbreden. We zijn kunstenaars met psychische kwetsbaarheid die echt iets willen en ambitie hebben.

Lessons learned

We hebben geleerd dat het belangrijk is om overeenstemming te krijgen over wat je wilt en hoe je het wilt. Je hebt een groep nodig waarin duidelijk naar voren komt wat mensen willen. Men moet op dezelfde golflengte zitten. Zo kun je dan een heleboel problemen in de toekomst voorkomen.

Soms moet je concluderen dat sommige mensen niet met elkaar kunnen samenwerken. Als er dan fundamentele verschillen zijn, is het misschien verstandiger de wegen te scheiden. Ieder zijn eigen weg te gaan, dan steeds te proberen de lieve vrede te handhaven en ontwricht te worden door conflicten. Zo leer je naast kunst maken ook een beetje levenskunst.

Bart

tags: 

Lees de interviews:

tags: