Te hoge lat

Azerbeidjaanse Irina (35) vluchtte op haar vijftiende met haar ouders en broer naar Nederland. Sindsdien is ze druk in de weer geweest met het veiligstellen van haar toekomst door veel te studeren. Ze moest het gaan maken, de lat lag hoog; haar ouders hadden immers alles voor hen opgegeven. Gaandeweg kreeg ze psychische problemen. Daar was weinig begrip voor vanuit haar cultuur. Daar zien ze zulke problemen als een westerse ziekte ,voortkomend uit een welvaartsprobleem.

'Ik kreeg voor het eerst last van psychische problemen toen ik ongeveer 27 jaar was. Het was een moeilijke fase: mijn partner en ik hadden net een huis gekocht waarin we gingen verbouwen, ik had een stomme baan bij een incassobureau en we hadden relatieproblemen. Toen kreeg ik voor het eerst suïcidale gedachten. Deze durfde ik niet bespreekbaar te maken, zelfs niet met mijn psycholoog bij wie ik toen cognitieve gedragstherapie volgde. Volgens mijn moeder had ik een westerse ziekte te pakken; dat ik te veel tijd had om na te denken en dat ik maar eens aan kinderen moest beginnen.

Verboden gedachten

Een tijdje later raakte ik inderdaad zwanger en beviel ik van een zoon. Tijdens de zwangerschap voelde ik me redelijk goed. Maar ik had een zware bevalling van 47 uur die eindigde in een spoed keizersnee. Ik werd acuut depressief en had 'verboden' gedachten: 'Ik kan niet eens een kind baren, ik kan beter sterven.' Ik schaamde me hiervoor. Door mijn postnatale klachten kon ik niet werken. Hierdoor kreeg ik gedoe met het UWV en maakte me grote zorgen of ik het huis nog kon betalen. Ik wilde niet afhankelijk worden van mijn partner.

De hulp die ik kreeg leek niet te werken of bracht nog meer onrust met zich mee. Ik verzette me tegen de voorgeschreven medicatie, omdat ik dan geen borstvoeding zou kunnen geven. Dat wilde ik persé, omdat de natuurlijke bevalling al mislukt was. Zo streng was ik voor mezelf. Gelukkig kreeg ik uiteindelijk een medicijn dat wel samenging met borstvoeding. Helaas sloeg demedicatie niet lang aan. Ik werd weer wanhopig en sliep nauwelijks.

Klachten erkennen

Elf maanden na de bevalling nam ik een overdosis medicijnen. Toen ik daarna in het ziekenhuis aan al die apparaten lag, dacht ik: 'Ik ben niet dood, ik moet wat met mijn leven gaan doen!' Ik ben toen te snel uit het ziekenhuis vertrokken om te solliciteren en ik werd nog aangenomen ook. Dat liep natuurlijk helemaal niet goed. Mijn leidinggevende ging ook nog naar met me om. Toen mijn contract niet verlengd werd, voelde ik me heel erg mislukt.

Na mijn zelfmoordpoging ben ik mezelf pas serieus gaan nemen. Erkennen dat er echt iets mis was met mij, vond ik erg moeilijk. Ik kom uit een omgeving waarbij psychische klachten niet mogen bestaan. Binnen de communistische cultuur van de voormalig Sovjet Unie worden psychische problemen namelijk gezien als een westerse ziekte.

Door de psychiater van de crisisafdelingvoelde ik me voor het eerst echt gezien. Dat was een ware redding voor me. De verpleegkundige was eveneens vriendelijk en aandachtig. Doordat ik mijn klacht erkende, kon ik de hulpverlening ook serieuzer nemen. Voorheen wilde ik niets van mijn problemen weten zodra het weer wat beter met me ging.

Diagnose

Ik werd uiteindelijk gediagnosticeerd als manisch depressief. In het begin vond ik dat best een coole diagnose: alleen maar leuke mensen hadden die toch? Tijdens hypomane fases ben ik heel actief, deze zijn heel leuk. Ik krijg dan veel voor elkaar, maar de depressieve periodes zijn vreselijk. Gelukkig leer ik nu steeds beter omgaan met mijn manisch depressiviteit. Ik kom er steeds beter uit. Ik kan steeds beter zien dat er iets niet goed gaat met mijn leven als ik me zo rot voel; ik zie het als een signaal, een richtingaanwijzer.

Ik moest erg wennen om mijn leven aan te passen aan deze diagnose. Vooral het leren omgaan met mijn energie en balans. Dat gaat nog steeds met vallen en opstaan. Door er veel over te lezen en door met lotgenoten in contact te zijn in een herstelwerkgroep heb ik veel inzicht gekregen in mezelf.

Leren genieten

Eén van de begeleiders van de herstelwerkgroep was Don Asser. Hij heeft mij veel geleerd over het leven. Hij was een kleurrijk figuur, een bekende kunstkapper met veel levenservaring. Hij heeft me leren genieten, iets wat ik niet goed kon. Aan hem had ik een goede life coach, een vriend, een vaderfiguur. Een belangrijke inspiratiebron in mijn herstel. Helaas is hij nog niet zo lang geleden overleden.

Ik mis een vaderfiguur, of emotionele versterking in mijn leven. De relatie met mijn ouders is niet goed, ze begrijpen mij niet. Ze snapten er ook helemaal niks van toen ik in het ziekenhuis terecht kwam. Dat konden ze niet aan, ze konden het niet verwerken. Veel meer dan zij ben ik in de Nederlandse cultuur gedoken; ben getrouwd met een Nederlandse man en heb veel Nederlandse vrienden.

Op zoek naar een vaderfiguur en een inspirerend voorbeeld
In mijn beleving zijn mijn ouders bij me 'uitgecheckt'. Een paar jaar geleden zijn ze bij mijn broer in Maastricht gaan wonen en hebben ze Amsterdam verlaten. Mijn broer leeft veel meer in een Russische cultuur dan ik. Het doet me veel pijn dat het contact tussen mij en mijn ouders niet goed is. Daarentegen zijn ze ook zwaarmoedig en somber. Vroeger heb ik ze veel geholpen, dat hoeft nu gelukkig niet meer. Ik heb genoeg sores aan mijn hoofd.

Misschien zoek ik daarom wel vaderfiguren zoals Don om me heen. Hij leerde me ervaren dat als je deelt, er ook een mooie relatie en liefde kan ontstaan. Je gaat echt om elkaar geven. Van de ander kan je leren en zo laat je iemand toe in jouw belevingswereld. Ik was nooit zo spiritueel, maar nu denk ik wel eens: 'Stel dat het allemaal een reden heeft?' Ik heb een foto van Don bij me en hij blijft me ook na zijn dood inspireren. Hij heeft me liefde laten zien: liefde geven aan je kind, liefde voor je medemens. Hij heeft me genezen. Hij is een healer.

Don leerde me niet bang te zijn voor het woord 'gek'. Hij zou er zelf eerder voor kiezen om gek te zijn dan saai of volgens de norm. Dat heeft me geholpen om te durven zijn wie ik ben en haalde een stukje schaamte bij me weg. Ook was hij een betrokken burger, hij zat in de cliënten- en in de WMO-raad. Hij wilde anderen graag helpen. Zo werd hij een voorbeeld voor anderen en creëerde hij een slimme manier om voldoening in zijn leven brengen. Ik geloof ook dat het een natuurlijk behoefte van de mens is anderen te helpen.

Spelen

Mijn kind leert me dat mislukken niet bestaat. Wanneer hij speelt en iets lukt niet, is hij is even gefrustreerd en gaat hij het opnieuw proberen. Of hij gaat wat anders doen. Ik denk dat wij volwassenen te weinig spelen. Als je opgroeit wordt het allemaal zo serieus: steeds bezig met het behalen van allerlei doelstellingen. Als dat niet lukt, kan je helemaal van slag raken.

We mogen wat mij betreft veel meer gaan spelen. Als iets niet lukt kan je er beter om lachen, weer opstaan en wat anders gaan doen. Mijn kijk op mislukken is door mijn ervaringen 180 graden veranderd. AlanWatts, een filosoof die ik bewonder, zegt dat als je meer een spel maakt van dingen, je er veel meer van kunt genieten. https://www.youtube.com/watch?v=8130_-3d3PA. Dat spreekt me zeer aan.

Op mijn belemmerende gedachtenheb ik een kritische kijk gekregen. Vroeger werkte ik hard om de leegte op te vullen en meende ik 'het te moeten maken'. Ik moest gewoon harder werken, harder studeren, een baan hebben waar ik goed betaald zou krijgen. Ik ben daar op terug gekomen. Dat is zeker niet de enige manier om een goed leven te leiden, bovendien lukt dat me simpelweg niet met mijn gezondheid.

Begeleiden Herstelwerkgroep

Uiteindelijk ging het beter met me en heb ik ander werk gevonden. Schrik niet, bij het UWV! Ik werk daar parttime en doe datvoornamelijk voor het inkomen. Het geeft me rust als ik in mijn huis kan blijven wonen en mijn eigen geld verdien.

Daarnaast zorg ik voor mijn 3 jarige zoon en begeleid een herstelwerkgroep. Graag doe ik wat Don deed: mijn ervaring gebruiken om anderen te helpen. Het geeft me kracht dit werk te doen, zo blijf je bewust. Het geeft me steun om betrokken te blijven en niet te vergeten waar je vandaan komt en wat je doorgemaakt hebt.

Ik doe mijn uiterste best om niet verzuurd te raken door mijn problemen, maar ik wil graag mijn ervaringen inzetten om anderen te helpen. Daarmee draag ik bij aan de groei van een ander én van mezelf. Zo heb ik plannen om een boek te gaan schrijven over vluchtelingen met psychische problemen. Daarmee zou ik heel graag andere mensen hulp, steun en inspiratie willen bieden

tags: 

Lees de interviews:

tags: