Bikkelen en doorgaan

Willemijn (44) heeft geleerd om bijna alles alleen te doen en maar door te bikkelen. Ze verhuisde veel en had continu verschillende baantjes. Zo bouwde ze niks op. Het lukte haar niet om de juiste hulp te ontvangen als ze dat nodig had. Blijkbaar kwam ze te sterk over.

'Mijn overlevingsmechanisme - van alles zelf moeten en willen doen- , is al vanaf mijn geboorte in de grondverf gezet. Ik werd te vroeg geboren en lag daardoor zes weken in een couveuse. Mijn ouders raakten me geen enkele keer aan, heel normaal in die tijd. Mijn moeder kreeg een postnatale depressie. Ze kon me niet voeden, zelfs geen flesje geven.

Twee kanten

Hierdoor heb ik moeite met verbinden, terwijl ik daar een groot verlangen naar heb. Ik ben iemand van uitersten: een sociaal type en tegelijkertijd een echte einzelganger. Ook ben ik een avonturier met veel initiatief. Zo ging ik op mijn achttiende in Noorwegen studeren, ben ik naar Afrika gereisd en heb ik de theaterschool gedaan.

Angst- en schuldgevoelens

Op mijn vierde ben ik bijna in de auto verdronken in een gracht toen ik met mijn broertje van zes in de auto speelde en hij de handrem eraf haalde. Vanaf dat moment heb ik voor het eerst echte angst ervaren. Ook leerde ik toen schuldgevoelens kennen: ik was ongehoorzaam geweest. Ik durfde destijds niet meer langs die gracht te rijden in de auto. Dit tot grote irritatie van mijn moeder. Hierin heb ik me toen nooit begrepen gevoeld.

Mesafonie

Op mijn vijfde gingen mijn ouders uit elkaar en nam mijn moeder ons op sleeptouw. We gingen van huis naar huis. Mijn moeder was verslaafd aan alcohol, blowen en mannen. In die tijd begon ik veel last te krijgen van geluiden. Bij smakken, voeten tikken, pennetikken, krakende chips zakjes, elektronische geluiden, voelde ik haat en walging. Pas recentelijk ontdekte ik dat dit een aandoening is die mesafonie heet, zeg maar claustrofobie voor geluid.

Huis ontvlucht

Mijn broer trok zich in die periode vaak terug in zijn kamer en draaide heel hard hip hop muziek. Voor mij, met mijn overgevoeligheid voor geluid, was dat vreselijk. Thuis golden helemaal geen regels. Ik kon doen wat ik wilde en werd vooral aan mijn lot overgelaten. Het begon uit de hand te lopen, thuis was het een enorme bende waarvoor ik me schaamde. Ik kon daar niet meer zijn. Op mijn 10e ontvluchtte ik het huis en kon ik bij een vriendinnetje wonen. Daar was het wel fijn.

Angst op presteren

Meerdere keren ben ik van school veranderd vanwege mijn instabiele thuissituatie. Terugkijkend besef ik me dat ik op school ben gaan onderpresteren. Ik leerde heel gemakkelijk, was een van de beste in sport, kon heel goed tekenen en ik was goed in handenarbeid. Ook kon ik goed zingen. Daarom waren mensen soms jaloers op me. Daarom is 'ergens goed in zijn' voor mij beladen met angst. Dat patroon zit diep in mij: ook in werk ga ik hierdoor gauw onder mijn eigen kunnen zitten.

Geen verstoppen meer

De komst van de tweeling bracht een omslagpunt, of, zeg maar gerust, een aardbeving, in mijn leven. Ik moest vol aan de bak om voor hen te zorgen. Voorheen trok ik me terug als ik het moeilijk had. Dan deed ik de gordijnen dicht en lag ik depressief in bed of ging ik middelen gebruiken. Ik kon toen mijn problemen verborgen houden en leidde een dubbelleven. Dat hield ik zelfs nog vol tijdens mijn LAT-relatie. Maar met de komst van de tweeling kon ik me er niet meer voor verstoppen.

Op zolder bij mijn vader

Toen de tweeling 2 jaar was, zo'n 4 jaar geleden, liep mijn relatie stuk en gingen we uit elkaar. Op dat moment had ik geen inkomsten noch een dak boven mijn hoofd. Gelukkig mocht ik bij mijn vader intrekken. Ik was toen al even bezig met de studie haptonomie. Voorheen was ik kostwinner, maar in overleg met mijn ex ben ik gaan studeren.

Dumpster diven

Een uitkering aanvragen kon niet, want ik was student. Toch wilde ik mijn studie haptonomie afmaken; de geinvesteerde tijd niet zomaar laten verdampen. Met het oog op een eigen praktijk als bron van inkomsten, ben ik nog een tandje harder gaan rennen. Ik had dus nauwelijks geld. Om aan eten te komen ging ik 'dumpster diven', uit klikobakken van supermarkten eten scoren. Dat lukte mij aardig. En ik had wat geld dankzij schoonmaakwerk. Zo overleefde ik.

De klap en de hulp

In mijn vierde studiejaar, vlak voor het einde van de haptonomie studie, was de koek op. Ik kreeg paniekaanvallen, angsten en wanen. Ik stortte volledig in. Toen ben ik spirituele hulp gaan zoeken om de vervormde realiteiten die ik ervoer, een plek te geven. Ook klopte ik aan bij het sociaal wijkteam voor hulp, en ging ik een cursus volgen aan de Herstelacademie. Sinds kort heb ik ook een re-integratiecoach toegezegd gekregen. En eten haal ik tegenwoordig bij de voedselbank.

Clandestiene figuur

Ik ben nooit uit huis geplaatst noch gediagnosticeerd, wat achteraf gezien misschien wel beter was geweest. Daardoor ben ik ogenschijnlijk heel sterk geworden. Ik vraag geen hulp, wil stoer en zelfstandig zijn, het zelf fiksen, mijn eigen boontjes doppen. Daarin ben ik extreem. Tegelijkertijd hoor ik nergens bij, is niks zichtbaar. Vaak voelde ik mij een geheim, clandestien persoon en feitelijk gezien is dat vaak ook zo.

Geen status

Zo stond ik bij de begrafenis van mijn 'pleegmoeder' niet op de annonce. Of heb ik bijvoorbeeld bijna nooit een eigen huurcontract gehad, zelfs nu niet. Ik woon met mijn twee kleine meiden op zolder bij mijn vader. Om daar te komen moet ik door zijn huis, waar hij met zijn vriendin woont. Soms voel ik me bijna status-loos. Alles opgeteld, lukte het me eigenlijk nooit om iets voor mezelf op te bouwen. Mijn overlevingsstrategie heeft zich tegen mij gekeerd.

Milder

Doorbijten en de tocht uitlopen is wat ik goed ken. Veel mensen bestempelen dat als succes. Voor mij voelt daarentegen wat ik tegenwoordig aan het doen ben meer als een succes. Ik jakker nu niet meer door als ik moe ben, maar ik ga mijn rust zoeken. Ik ben veel milder naar mezelf geworden. Eigenlijk was ik altijd snoeihard naar mezelf: peper in de reet, het alleen doen, geen hulp vragen, niet zeiken!

Achter de maskers

Voor mij staat de kunst van het mislukken voor het kijken in de spiegel, achter de maskers. Doe je dat niet, dan krijg je steeds meer bizarre situaties op je pad om dat alsnog te gaan doen. Met compassie naar jezelf leren kijken, was voor mij de boodschap. Het riedeltje van herkennen, erkennen - trots weg en harnas af -, accepteren - dit is wat het is -, daarachter ligt ruimte. Dan ben je bewust en trap je niet meer in de dezelfde valkuilen.

Steeds meer ben ik aan het loskomen van mijn patronen van 'maar bikkelen en doorgaan'. Ik coach anderen daar ook in. Mijn eigen wijsheid helpt me bij het varen van mijn eigen koers. Ik voel nog steeds veel, maar zwartgallige gedachten worden altijd weer opgepakt door mijn gelukszoeker. Die wint altijd en dat geeft me vertrouwen. Ik kan nog steeds denken: 'Ik ben een loser', maar ik ben ook een gelukszoeker en een zonnekind.

Lees meer op Willemijns blog

tags: 

Lees de interviews:

tags: