‘Anders kijken’

Eva was lange tijd zeer verlegen en angstig. Ze kwam uit een familie waarin schuld en schaamte een belangrijke rol speelden. Het anders kijken naar die gevoelens bleek uiteindelijk de sleutel. 

Ik leed enorm onder mijn verlegenheid. Ik voelde me gevangen in mezelf en had nauwelijks contact met mijn gevoel. Er stond een muur tussen mij en de wereld. Ik wist niet daar doorheen te komen. Pas nadat ik een relatie kreeg, werd ik me er van bewust dat ik een probleem had. Mijn vriend maakte makkelijker contact met een vriendin van mij dan ikzelf, ik was daar te verlegen voor.

Verwend nest

(Zelf)afwijzing en schuldgevoelens spelen een belangrijke rol in mijn familie. Ik denk dat dat komt door verschillende dingen. Mijn vader was ook stil en verlegen, net als ik. Mijn moeder was heel erg onzeker. Daar zit misschien iets van aanleg in. En mijn opa van vaderskant was een ongewenst kind. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij ook nog eens NSB’er. Mijn vader had in die tijd een joods vriendje waar hij naast zat in de klas. Ze werden toen uit elkaar gehaald. Dat vond mijn vader verschrikkelijk. Na de oorlog heeft mijn opa een tijd in de gevangenis gezeten. Mijn vader heeft het nooit zo benoemd, maar ik kan me voorstellen dat dit gevoelens van schuld en schaamte heeft opgeroepen.

Ik vermoed dat die gevoelens zijn overgedragen. Dat ik de jongste was, heeft ook een rol gespeeld. Mijn moeder nam mij altijd in bescherming. Alles werd me uit handen genomen. Misschien maakte ik een kwetsbare indruk. Misschien speelde ook een rol dat ik als kind af en toe gepest werd. Ik kreeg daardoor het idee dat ik hulpeloos was en niets kon. Maar mijn zussen zagen het anders. In hun ogen was ik een verwend nest.

Breuk

Op latere leeftijd werd ik wat mondiger en onafhankelijker. Ik durfde af en toe wat vaker mijn
mening te geven. Eerst leidde dat tot een breuk met mijn ouders. Maar dat is later gelukkig weer goed gekomen. Sinds het overlijden van mijn vader, verslechterde echter de relatie met mijn zussen. We hadden steeds minder contact. Het werd op gegeven moment ook steeds meer een strijd. Aanvankelijk nog met een van mijn zussen, later ook met de andere twee. En hoe meer ik mijn eigenheid toonde, door bijvoorbeeld niet meer alles te doen wat zij wilden, des te bozer werden ze.

En het hing ook van allerlei misverstanden aan elkaar. We voelen ons in de familie allemaal erg snel afgewezen en gooien dan de deur dicht. Die deur gaat dan heel lang dicht of voorgoed; trotse mensen die niet snel geneigd zijn tot ‘sorry’ zeggen of de deur weer op een kier zetten. Tot een goede communicatie, waar je naar elkaars standpunt luistert, komt het dan niet eens. Na het overlijden van mijn moeder explodeerde de boel pas echt. De breuk tussen mijn zussen en mij is nu definitief.

Familiesysteem

Je vormt als familie een systeem en als iemand een andere rol gaat spelen, dan kan het gaan
rommelen. De afgelopen twintig jaar heb ik veel therapie gehad en ben ik steeds meer afgedreven van het familiesysteem. Ik heb altijd het leven geleid van anderen, ik deed wat verwacht werd, hoe het hoorde of zou moeten. En ik hield braaf mijn mond. Als je dan je mond open gaat doen en je doet niet meer braaf, dat kan heel moeilijk zijn voor de ander, soms te moeilijk.

Nu ik niks meer met de familie te maken heb, kan ik helemaal mijn eigen leven bepalen. Er zijn geen zussen meer die me terechtwijzen of verwijten maken. En dat voelt bevrijdend. Af en toe voel ik nog de pijn van het verlies van het contact. Misschien is er in de toekomst weer toenadering mogelijk. Maar zoals het er nu uitziet, is dat onmogelijk.

Omgekeerde wereld

Ik kom uit een familiecultuur waar je voor gek werd verklaard als je naar een psycholoog ging. In mijn studententijd ben ik voor het eerst naar een studentenpsycholoog geweest. Dat was een man met een lange baard die onderuitgezakt zat in een enorme wolk van sigarettenrook. Ik voelde me niet gezien en gehoord en ben nooit meer teruggekomen. Het heeft weer tien jaar geduurd voordat ik naar het Riagg (wat nu Mentrum heet) durfde.

Ik heb daar toen groepstherapie gevolgd. Via een studiegenoot kwam ik later bij een
psychotherapeut terecht. Hij bleek achteraf geen gediplomeerd therapeut. Er zijn tussen hem en mij dingen gebeurd die niet goed voor mij waren. Hij had bijvoorbeeld een huurschuld en ik leende hem dat geld. Omdat hij dat niet terug kon geven, betaalde hij me met therapiegesprekken. Dat voelde niet goed. Desondanks heb ik toch veel bij hem geleerd. Een van zijn eerste vragen was: ‘Wat voel je?’ Dat was de sleutel naar verandering. Ik zat erg in mijn hoofd en had weinig contact met mijn innerlijk leven. Door het er over te hebben werd ik me bewust van mijn gedachten en gevoelens. Ik heb nu veel meer contact met wat in me leeft.

Goed of fout

Na deze therapeut ben ik naar een psychosynthese-coach gegaan. Dat heb ik een aantal jaren gedaan en dat heeft me heel erg geholpen. Later heb ik de opleiding psychosynthese gedaan. Die opleiding hielp me anders te kijken naar schuldgevoelens. Ik gaf mijn ouders en de buitenwereld de schuld van mijn problemen. In de opleiding ben ik gaan zien dat het niet gaat om wie er schuld heeft, niet om goed of fout. Maar dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gevoelens en hoe je daarmee omgaat.

Soms lijk je geen vooruitgang te zien, maar als je na een aantal jaren terugkijkt zie je toch dat er dingen zijn veranderd. In die zin is de psyche maakbaar. Als ik kijk naar hoe ik was, zo verlegen, zo bang en met zo weinig bewustzijn over wat er in mij leefde, dan is dat een enorm verschil met hoe het nu is. Ik denk dat de tijd daar een rol in speelt: meer ervaring en kennis geeft ook meer bewustzijn.

Langzaam maar zeker

Al met al kan ik zeggen dat alle therapieën die ik gevolgd heb, mij op een of andere manier hebben geholpen. Ze maakten me wegwijs in de jungle van relaties, met andere mensen en die met mezelf. In mijn eentje had ik dat nooit kunnen doen. Maar je moet ook geluk hebben met wie je treft.

Hoewel boeken mij ook soms ook hielpen in het begrijpen van mezelf en de wereld, moet je het toch leren in de praktijk, in relatie met de ander. Anders blijft het theorie. Hoewel ik nog wel last kan hebben van mijn patronen, zoals zelfafwijzing, kan ik er tegenwoordig
wel sneller uitkomen. Het blijft oefenen om met nare gedachten en gevoelens om te gaan. Dat zal altijd wel zo blijven. Meestal wil ik die gevoelens niet voelen, maar op een gegeven moment kan ik ze toch toelaten en mild naar mezelf zijn. En die zachtheid en compassie naar jezelf, dat is essentieel.

tags: 

Lees de interviews:

tags: