‘Je hoort er al bij’

Bart groeide op in een gezin waar er veel wantrouwen was naar de buitenwereld. Dat gaf een voortdurend gevoel van afwijzen en afgewezen worden. Tot hij dit gevoel zelf ging onderzoeken.

“Veel psychische stoornissen zijn misschien wel in de eerste plaats verstoringen van relaties. Dit inzicht is voor mij heel bepalend geweest. Ik kom uit een gezin met veel spanningen. Daar ben ik pas in de loop van de tijd achter gekomen. Mijn ouders hadden een slecht huwelijk, waarin mijn moeder mijn vader voortdurend vernederde. Naast de interne spanningen, voelde ook de relatie met de buitenwereld gespannen. Er was veel wantrouwen.

Ik denk dat dit wantrouwen naar de buitenwereld een soort bliksemafleider was voor spanningen in het gezin. Het tegenstrijdige was dat het tegelijk belangrijk was om succes te hebben in de buitenwereld. Je moest goed je best doen op school, maar tegelijk werd er op afgegeven. Ik wist niet beter dan dat dit alles normaal was.

Vergif

Gelijk hebben was een ding in ons gezin. Mijn vader was intellectueel en koesterde dat. Er was voortdurend discussie over wie gelijk had. Er was altijd spanning en machtsstrijd. Zowel mijn zus als ik hebben problemen overgehouden uit het gezin. Mijn zus is opgenomen geweest en ik ben alcoholist geworden. Er zijn ook lange periodes geweest dat we onze ouders niet wilden zien. In mijn geval is dat een keer acht jaar geweest en een keer drie jaar.

Er was frictie rond meedoen, waarbij ik mezelf anders voelde dan klasgenootjes. Ik had het gevoel er buiten te vallen. Alsof ik een extra inspanning moest leveren om erbij te horen. De universiteit heeft het gevoel van er buiten staan versterkt. Het ging daar ook over gelijk hebben. Ik deed mijn uiterste best om dingen zo te formuleren dat ik sociaal was en mensen mee kreeg. Maar als ik alleen op mijn studeerkamer zat, werd ik gek van de eenzaamheid en mijn eigen gedachten.

Wantrouwen komt overal tussen. Er is altijd wel iets te vinden, wat je wantrouwen bevestigt. Zo wilde mijn docent dat ik zou promoveren. Daarom legde hij me uit wat er zoal speelde op de universiteit. Vanuit mijn wantrouwen zag ik dat niet als een poging om mij in te wijden. Ik zag het meer als waarschuwing ‘het is hier een corrupte boel en je kunt maar beter wegwezen’. Ik ben daar toen gestopt en kunstenaar geworden. Vooral het lichaam en dans vond ik interessant. Ik wilde zo ver mogelijk weg van de wereld van de boekenwijsheid. Ik vond de wereld van lezen en schrijven ‘laf’.

Op mijn weg naar herstel heb ik veel geleerd van bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten (AA). Bij de AA is het belangrijk dat je schoon schip maakt met je verleden. Dit is een lang proces geweest. Ik heb bij de AA en Adult Children of Alcoholics (ACA) zo’n vier jaar schrijfwerk gedaan over het verleden. In het begin was dat moeilijk omdat ik de strijd aanging met wat er vroeger gebeurd was. Mijn ouders waren in die tijd mijn vijanden.

Leren van rebel

Wat me opviel bij de AA is dat veel mensen worstelen met de vraag of ze erbij horen terwijl als je daar in een stoel gaat zitten, hoor je er vanzelf bij. Het was een jarenlang proces, waarin ik ging zien dat ik er al bij hoorde. Zo had ik jaren later later een belangrijke ervaring bij workshops die gegeven werden door een danspedagoge. Aan het begin gaf ze een oefening waarin werd benadrukt dat we al in contact zijn. Het is niet zo dat er personen binnenkomen die gaan praten en dan ontstaat er contact. Je bént al in contact. Dat veranderde het perspectief op meedoen. Je doet al mee, of je je erbij vindt horen of niet.

Ook heb ik veel geleerd van een collega met wie ik meedeed aan een Europees project over onderwijs voor mensen met psychische problemen. Daarin waren onderhandelingen waarin compromissen gesloten moesten worden. Mijn collega was daarin een rebel. Hij ging inhoudelijk fel in debat, maar hij bleef wel in contact met zijn collega’s door grapjes te maken. Van die manier van doen heb ik veel geleerd.

Je doet het zelf

Het hielp me om anders naar discussies en groepen te kijken. Vroeger plaatste ik mezelf buiten de groep en ging ik vervolgens bezig met de vraag hoe ik aansluiting kon vinden. Nu zie ik dat ik al deel ben van het geheel. Het gaat er alleen om dat er een positieve wisselwerking tussen mij en de anderen ontstaat. Het idee dat je er niet bij hoort blokkeert die positieve wisselwerking.

Vaak is het gevoel er buiten te vallen een gevolg van het feit dat je jezelf in een buitenstaander positie plaatst. Bijvoorbeeld als je denkt: ‘Ze knikt wel, maar ze vindt het vast niks’. Met zo’n gedachte plaats je jezelf buiten het contact. Je creëert dat gevoel zelf. Vanuit je eigen idee dat je er niet bij hoort. Dan ga je al snel afwijzing zien.

Jezelf toespreken

Als je wantrouwend bent, scan je de omgeving af om signalen van gevaar op te pikken. Je ontwikkelt daarmee een gevoeligheid die je ook positief kunt inzetten. Ik gebruik die gevoeligheid nu om situaties veilig te maken. En mijn kritische blik gebruik ik nu om dingen te veranderen. En daardoor doe ik juist mee. De kwestie is niet ‘hoor ik erbij’, maar: wat gebeurt er tussen mij en andere mensen waardoor er al dan niet een positieve dynamiek ontstaat. Dit nieuwe perspectief geeft me veel bewegingsvrijheid.

Mijn oude angsten laten zich daarbij nog steeds zien. In iedere situatie komen ze op en moet ik ze weer afbreken, deconstrueren. Dat is dagelijkse kost. Als ik het idee heb dat iets niet deugt, dan spreek ik mezelf toe: ‘Nee, dat is niet waar’. Ik wil plezier beleven in contact, dat gaat niet door overal iets achter te zoeken.

Rijkdom aan ervaringen

Ik heb altijd alleen gewerkt en nu werk ik graag met groepen. In deze groepen voor mensen met psychische kwetsbaarheden, vertel ik over mijn ervaringen met alcoholisme, angsten en moeilijke gevoelens. Ik heb daarin een vorm gevonden die persoonlijke zieligheid overstijgt. Daarin zorg ik dat er vertrouwen ontstaat om ervaringen te delen. Ik vertel over wat ik geleerd heb uit mijn ervaringen. Dit helpt mensen om over zichzelf te vertellen.

Wat me daarbij opvalt is dat veel mensen met psychische problemen moeite hebben met het contact met anderen; sommige kruipen in hun schulp, anderen creëren conflicten etc. Vaak hebben ze ook nogal wat oordelen over de buitenwereld, dit alles zorgt dat ze moeilijk functioneren, en ook dat ze moeite hebben een baan te vinden of te houden.

Velen hebben een kleine kring. Ik zou zeggen: stap over de drempel, open je voor andere contexten, neem dat risico. Alleen met je hoofd open staan doet niks. En wees je bewust van hoe je jezelf framed. In plaats van te zeggen: ‘ik ben een moeilijk persoon’ of ‘de wereld is moeilijk’, zie dat je als ervaringsdeskundige een rijkdom aan ervaringen hebt, waarmee je een bijdrage aan de wereld kunt leveren.“

tags: 

Lees de interviews: