Succes moet van binnenuit komen

Van jongs af aan voelde Jan (38) een enorme prestatiedruk. Op een gegeven moment brak dat hem op en viel hij deels buiten de maatschappij. Door meer open te zijn en zijn perfectionisme los te laten, heeft hij toch zijn plek terug kunnen vinden.

‘Mijn jeugd was redelijk onschuldig. Ik ben opgegroeid in een dorp vlakbij Maastricht en had een goede band met mijn ouders. Ik heb nooit psychische klachten gehad – geen depressies, psychoses of zo.

Wel was ik vrij perfectionistisch en angstig. Van mijn vader moest ik altijd proberen de beste te zijn in alles wat ik deed. Fietsen bijvoorbeeld. Ik droomde al vroeg van profwielrenner worden. Op school heb ik me ook uit de naad gewerkt; ik kreeg een MBO, een HBO én een bachelor in bouwkunde.

Het streven om altijd de beste te zijn legde een gigantische druk op me. Ik durfde mijn vader nooit teleur te stellen. Steeds keek ik naar wat anderen wilden, niet wat ik zelf wou. Hierdoor ontwikkelde ik grote faalangst.

Negatieve cyclus

Tijdens mijn afstuderen, in de periode 2006-2007, werd deze faalangst mij te veel. Ik wilde bevestiging van anderen dat ik had “gescoord” op alle fronten van mijn leven, zoals bij mijn werk als bouwingenieur en mijn wielrencompetities. Die bevestiging bleef echter uit, waardoor ik voor mezelf geen kans op succes zag.

Ik stortte in, en werd steeds banger en achterdochtiger. Langzamerhand miste ik afspraken, sloot ik vrienden buiten en verloor ik mijn passie voor het leven. Daarbij kampte ik met depressie en psychoses. Hoewel ik na enige tijd opknapte, had ik nog steeds geen idee van wat ik zélf wilde. 

Zo kwam ik in een soort negatieve cyclus terecht. Door te veel te willen bereiken, raakte ik eerst overspannen en werd ik angstig, depressief en psychotisch. Daarna had ik 10 tot 12 weken nodig om me te herstellen. Vervolgens ging het een tijdje goed, maar uiteindelijk belande ik weer in de put. En dan begon de cyclus opnieuw.

Tijdens deze periode was ik me niet bewust van mijn kwetsbaarheid en hield ik er daarom geen rekening mee. Ik zocht continu de “kick-ervaring”: het succesgevoel dat ik vroeger meemaakte in bijvoorbeeld mijn carrière, sport en sociaal leven. 

Het duurde tot 2014 voordat ik de negatieve cyclus doorbrak. In dat jaar was de prestatiedruk voor mij zo hoog opgelopen dat ik zeven dagen in een isoleercel moest worden opgenomen. Toen wist ik dat ik niet verder op dezelfde voet kon. 

Zelfonderzoek beginnen

De twee jaar na mijn opname waren heel moeilijk voor mij. Ik voelde mij onzeker over mijn plek in de maatschappij. Ik besefte dat ik mijn leven moest veranderen, maar hoe? Ik ondervond ook een verlies van rollen: ik was niet meer de flitsende coureur of de rechtlijnige bouwingenieur. Wie was ik dan wel?

Dus begon ik aan zelfonderzoek, een proces dat nog gaande is. Meditatie, yoga en wandelingen waren en zijn nog steeds cruciale elementen in dit zelfonderzoek. Door deze activiteiten te beoefenen wordt mijn denken kalmer en kom ik meer in contact met mijn gevoelens. Er ontstaat dan ruimte om mijn angst, wanhoop en andere lastige emoties te verwerken, en ik kan makkelijker mijn perfectionisme en prestatiedrang loslaten. Daarnaast zie ik beter wat ik eigenlijk wil in mijn leven. 

Uit zelfonderzoek heb ik ook ontdekt dat mijn werk als bouwingenieur toch essentieel is voor mij. Dit werk geeft me het gevoel dat ik nuttig bezig ben. Momenteel werk ik overigens 24 uur per week, waardoor ik genoeg tijd overhoud voor de andere activiteiten die mijn leven zin geven.

Inzichten krijgen

Tijdens mijn herstelproces heb ik veel inzichten gekregen die mijn faalangst hebben verlicht. Ik heb me bijvoorbeeld gerealiseerd dat succes van binnenuit moet komen. Je moet dat gevoel niet bij anderen zoeken. “Succes”, of “groei”, bestaat uit waardering voor jezelf. Als je zaken oppakt die jou aan het hart gaan, is dat groei en maakt dat je leven de moeite waard. Het overwinnen van angsten is een vorm van groei. Het kan echter ook uit iets kleins bestaan, zoals het opdoen van een nieuwe gewaarwording tijdens meditatie.

Ook heb ik een meer open houding leren aannemen, waardoor ik lekkerder in mijn vel zit. Vroeger moest ik van niemand afhankelijk zijn, maar nu durf ik hulp te vragen van andere mensen. Zo ben ik meer geneigd mijn kwetsbaarheid en pijnpunten te benoemen voor mijn werkcollega’s, zodat zij daar rekening mee kunnen houden. In het verleden interpreteerde ik kritiek als falen, en ik ben daardoor zelfs twee keer weggelopen van banen. Nu zou ik dat niet meer doen. Ik ben milder tegen mezelf geworden, en ik vel minder snel een oordeel over anderen.

Het is voor mij inmiddels helder dat ik mijn tijd zoveel mogelijk “inhoudelijk” moet besteden. Met andere woorden, ik wil me bezighouden met activiteiten die me écht voldoening brengen. Naast meditatie, yoga, wandelen en werk word ik gelukkig van het studeren van metafysische teksten zoals De Kracht van Nu van Eckhart Tolle en Een Cursus in Wonderen van Helen Schucman. Ik vind duursport ook hartstikke leuk– zoals fietsen, maar nu voor mijn eigen lol. Creatief tekenen en schilderen brengen me eveneens veel plezier. Om de drie of vier weken ontmoet ik ook mijn coach, die een klankbord voor mij is en mij moed geeft.

In de loop der jaren heb ik steeds meer waardering voor “kleine dingen” gekregen. Waar ik vroeger drie keer per jaar ver moest reizen, maakt een reisje naar de Ardennen mij tegenwoordig blij. Van zoiets simpels als een heerlijk kopje koffie kan ik ook erg genieten.

Dat je onzekerheid moet accepteren is misschien het belangrijkste – en tegelijkertijd moeilijkste – inzicht dat tot mij is gekomen. In tijden van wanhoop en pijn wil je heel graag geloven dat de situatie zal verbeteren. Maar dat weet je natuurlijk niet. Door te accepteren dat de situatie gewoon lastig is en dat je emoties oncomfortabel zijn, sluit je sneller vrede met je omstandigheden. Je hoeft het niet allemaal in kaart te hebben. Je hoeft niet perfect te zijn. 

Blijvende uitdagingen

Ondanks de groei die ik heb doorgemaakt, blijven er uitdagingen voor mij. Evenwicht houden tussen discipline en ontspanning is voor mij niet altijd even makkelijk. Mijn visie wordt soms nog gefragmenteerd, vooral wanneer ik in de stress schiet. En als iemand kritiek op mij heeft, heb ik daar toch nog moeite mee. Angst en frustratie kunnen mij dan de baas zijn. Gelukkig ben ik me er tegenwoordig bewuster van, waardoor ik minder door deze emoties wordt meegesleept.

Perfectionisme en prestatiedruk steken ook nog weleens de kop op bij mij. In mijn werk en zelfs mijn hobby’s wil ik soms nog laten zien dat ik de beste ben. Van deze geldingsdrang word ik echter droevig. Minder streven brengt meer rust: dát is wat ik me probeer te herinneren. 

Juiste balans vinden

De komende vijf jaar hoop ik zelfs meer passie te ontwikkelen voor de dingen waarvan ik hou, zoals meditatie en kunst. Ik wil me ook blijven professionaliseren in mijn werk. Wat mijn herstel betreft wil ik meer veerkracht ontplooien, zodat mijn gemoedstoestand minder afhangt van externe gebeurtenissen.

Toch moet ik oppassen dat ik – vanwege mijn kwetsbaarheid – dit niet allemaal ga zien als een soort prestatie waarin een bepaald resultaat moet worden bereikt. Voldoening is weliswaar waar het om gaat in het leven, maar altijd voldoening zoeken is ook een soort streven dat je moet loslaten.

Kortom, voor mij de continue taak de juiste balans te vinden tussen groei en zelfacceptatie. Wijsheid is volgens mij: “Niet opkijken tegen mensen, blijf bij jezelf. Verbeter wat je kan aan je pijnpunten, voor de rest laat het los.”’

tags: 

Lees de interviews: