“Soms dacht ik echt dat ik gewoon dom was.”

Het klinkt misschien een beetje gek, pas na je 50ste gediagnosticeerd worden met ADHD. Het is een aandoening die geassocieerd wordt met drukke kinderen die niet goed opletten tijdens de les. Toch krijgen steeds meer volwassenen deze diagnose, waaronder ook Sandra (59). Voor haar betekende dit het einde van haar carrière. Nu probeert ze haar leven weer op te pakken.

‘In mijn tijd moest je functioneren, anders kwam je nergens. Dat was hoe de wereld in elkaar zat toen. Als je niet met de maatschappij mee kon doen, dan lag je erbuiten. Er was geen andere optie. Toen ik kind was waren ze ook niet echt bezig met die diagnoses van nu. Aan de ene kant ben ik blij dat ik de diagnose als kind niet heb gekregen, want ik heb het tot drie jaar geleden toch voor elkaar gekregen om een stabiel leven op te bouwen. Ik ben eigenlijk mijn hele leven oververmoeid geweest. Ook kon ik moeilijk informatie tot me nemen. Het kwam bij mij gewoon niet echt binnen. Ik merkte best vroeg al dat dat mij anders maakte. Maar toch kon ik mijn kop boven water houden. Ik had zelf manieren aangeleerd om toch binnen de maatschappij te kunnen blijven functioneren.

Ik wilde altijd echt heel veel met mijn leven. De perfecte baan, een fantastisch huis, kinderen en een leuk, sociaal leven. Dat was me ook gelukt. Ik was senior secretaresse bij een mooi bedrijf, had een dochter waar ik voor moest zorgen en had een mooi leven. Maar zelfs toen merkte ik dat ik er harder voor moest werken dan anderen. Simpele dingen die bijvoorbeeld aan mij uitgelegd worden, vergeet ik weer binnen no-time. Ik heb altijd ellenlange handleidingen voor mezelf moeten schrijven over hoe technische dingen op het werk precies werken. En dat moest dan in Jip- en Janneketaal zodat ik het meteen begreep. Woorden drongen gewoon niet door. Soms dacht ik echt dat ik gewoon dom was.

Computertestje

In totaal heb ik nu twee keer een burn-out gehad. Na mijn derde burn-out is het mij nooit meer gelukt om weer naar mijn werk terug te keren. Ik herstelde niet meer. Re-integreren lukte niet meer. Steeds meer kreeg ik het vermoeden dat er iets aan de hand was. Iets klopte niet met mij. Toen hoorde ik van mijn dochter dat haar stagebegeleider ADD en ADHD had. Daar had ik nog nooit van gehoord. Dus ben ik gaan googelen. Wat ik toen op het computerscherm zag staan had ik zelf wel kunnen schrijven. Ik dacht: dit ben ik.

Via de huisarts kwam ik bij ADHD-centraal terecht. Daar heb ik allemaal testjes moeten doen. Op een computerscherm zag ik allemaal rondjes en vierkanten in het rood en blauw voorbijkomen. Elke keer als ik drie van dezelfde kleur en vorm zag, moest ik op een knopje drukken. Ik dacht dat het een makkie zou zijn. Ik ben namelijk nogal perfectionistisch. Daar zat ik dan helemaal gespannen op dat knopje te drukken. Op het eind had ik het gevoel dat ik het uitstekend had gedaan. Ik kwam terug bij de psychiater. “Nou mevrouw,” zei hij. “U heeft geen enkele fout gemaakt.” Juist, dacht ik. “Maar u heeft er wel zeventien gemist.”

Ik was stomverbaasd. De psychiater ook. Hij was verbaasd dat dit nooit eerder bij mij was geconstateerd. Het was volgens hem overduidelijk dat ik ADD/ADHD had. Daarnaast begreep hij niet hoe ik zo lang zonder hulp heb kunnen functioneren. Mensen met mijn vorm van ADD/ADHD kunnen amper functioneren en leven vaak van een uitkering. Ik begreep er ook niks van. Ik had werkelijk geen idee. Maar deze diagnose gaf me uiteindelijk wel houvast. Ik kon eindelijk  begrijpen waarom simpele dingen zo moeilijk voor mij waren. Eindelijk begrijp ik waar mijn burn-out vandaan kwam.

Rouwproces

In het begin vond ik het heel moeilijk te accepteren dat ik niet meer terug kon keren bij mijn werk. Dat wilde ik zo graag. Ik had een hele fijne baan, leuke collega’s en een mooi salaris. Ik dacht: hier blijf ik tot mijn pensioen. Iedere keer als ik probeerde te re-integreren ging mijn lichaam echter tegenspartelen. Ik blokkeerde gewoon. Sinds afgelopen januari ben ik officieel werkloos. Dat was een bittere pil om te slikken. 

Je komt uiteindelijk in een soort rouwproces terecht. Want je moet het loslaten, net zoals wanneer een dierbare niet meer op deze wereld is. Dat wil je helemaal niet. Ik wil zoveel dingen zo graag, maar het lukt mij simpelweg niet. En dat is de realiteit waar ik nu in leef. Ik struggle er nog dagelijks mee om dat te accepteren. Ik moet continu op mijn grenzen letten. Ik raak razendsnel overprikkeld en dan weet ik dat ik mezelf terug moet fluiten. Want als ik overprikkeld raak, dan lukt slapen bijvoorbeeld niet meer en kan ik door het lint gaan. 

Acceptatie

Ik heb altijd enorme zelfkritiek gehad. Na deze diagnose dus ook. Ik was altijd in strijd met mezelf. “Waarom kan ik dit niet?” en “Waarom ben ik zo?”. Maar dat is natuurlijk niet gezond. Op een gegeven moment moest ik leren accepteren dat het gewoon zo is en manieren vinden om er mee om te gaan. Gelukkig ben ik iemand die ondernemend is en graag bezig blijft. Ik zoek nieuwe dingen waar ik mezelf in kwijt kan raken. Nu komen er ook steeds meer nieuwe dingen op mijn pad waar ik op kan focussen, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Dat is een van de dingen die mij helpen, bezig blijven met dingen die ik graag doe.

Bewustwording is een ander aspect dat helpt met accepteren. Er zit iets in mijn hersenen waardoor informatie langzamer binnenkomt, dat accepteer ik. Hierdoor heb ik meer tijd nodig om dingen te leren. Nu snap ik beter waarom ik zo ben en kan ik aardiger tegen mezelf zijn. Tegen jezelf vechten lost helemaal niks op. Dan blijf je maar in je eigen ellende vastzitten.

Als ik overprikkeld raak en me niet lekker in m’n vel voel, dan ga ik mezelf afvragen wat ik kan doen om mij beter te voelen. Dan ga ik bijvoorbeeld even wandelen, of ik ga op mijn massagemat liggen. Dingen zoals lekker in de tuin werken of sporten. Vroeger ging ik maar door, door, door. Nu weet ik dat ik dat absoluut niet moet doen. Ik denk meer na over alles en geef mezelf de ruimte om te begrijpen wat er allemaal om me heen gebeurt.

Meditatie

Ik heb een tijdje medicijnen geslikt. Dat zijn dan speciale pilletjes die ervoor zorgen dat jij die prikkel krijgt die je als iemand met ADHD van nature niet hebt. Het helpt je beter te focussen en geeft je drang om dingen te gaan ondernemen. Dat vond ik fantastisch. Helaas waren de bijwerkingen bij mij desastreus. Als het medicijn eenmaal was uitgewerkt, voelde ik me zwaar depressief en dat vond ik erger dan die ene prikkel missen. Voor deze reden ben ik er ook mee gestopt. Ik heb gemerkt dat een stevige work-out of juist mediteren deze prikkel bij mij ook wakker maakt. Dit lijkt voor mij goed te werken. Even goed ‘binnen mezelf’ zitten en mijn hoofd leeg maken, zodat ik daarna informatie beter op kan nemen. 

Therapie heeft ook geholpen. Al voor ik de diagnose kreeg heb ik multidisciplinaire therapie gehad. Alleen maar praten over mijn problemen hielp niet echt bij mij, dus ik kreeg er fysiotherapie en onderwijs bij. Dit gaf mij beter inzicht in mijn problemen.

Jezelf opnieuw leren kennen

Mijn advies is: leer jezelf kennen. Leer waar je grenzen liggen en ga jezelf niet te veel pushen. Ik merk dat ik heel anders in het leven sta. Ik oordeel veel minder, kijk veel meer om me heen naar hoe de mensen zijn en ook naar mezelf.  Ik probeer mezelf steeds meer te ontwikkelen, binnen mijn eigen tempo. Iedereen heeft zijn eigen innerlijke strijd. Dat is bij iedereen met deze diagnose anders. Laatst ben ik er bijvoorbeeld achter gekomen dat ik ook nog op het autismespectrum zit. Het is dus heel persoonlijk wat voor jou werkt en wat niet. Wat ik wel steeds tegenkom bij lotgenoten, is dat er veel schaamte heerst. Dat had ik zelf ook. Je schaamt je voor wat je doormaakt. Dat je je baan verliest, dat je depressief wordt, dat je gedachten afdwalen in meetings en gesprekken. Je hebt het gevoel alsof je niet meer meetelt in de maatschappij. Dat is het moeilijkste om mee om te gaan. Wees niet bang om dan hulp te vragen. Dit kan er uiteindelijk voor zorgen dat je er beter en sterker weer uit kan komen.’ 

tags: 

Lees de interviews: