Strijden tegen innerlijke strijd

Je vrienden vragen of je zin hebt een biertje te gaan drinken. Je hebt al weken geen mens meer gezien, dus je hebt echt zin om te gaan. Toch doe je het niet. “Je durft niet.” Want om mee te gaan moet je naar buiten en buiten is alles vies.

Het leven van Hans (38) staat in het teken van smetvrees. Dat maakt van alles een strijd. Werken is lastig, een relatie opbouwen onmogelijk, bij mensen op bezoek gaan is een marteling en in zijn eigen huis bezoek ontvangen is nog erger. Zelfs simpele dingen als boodschappen doen kosten enorm veel moeite. Het gijzelt zijn hele leven en bij vlagen maakt het hem doodongelukkig. 

Controledwang


Hoe het is ontstaan is Hans momenteel met de GGZ aan het uitzoeken. Zeker is dat de oorzaak ver terug in zijn jeugd ligt. "Vroeger thuis was er nooit vastigheid. Altijd was alles onzeker. Ik was voortdurend bang dat mijn ouders gingen scheiden. Dan ga je op zoek naar zekerheid. Je wilt dingen kunnen controleren. Door gesprekken met mijn behandelaar ben ik er achter aan het komen dat mijn smetvrees daardoor veroorzaakt is. Als kind uitte die controledwang zich niet in smetvrees. Toen controleerde ik of de haak nog op het slot van de buitendeur zat, want dan wist ik zeker dat er niemand boos de deur uit was gelopen. In de loop van de jaren probeer je steeds andere dingen te controleren."


Het heeft lang geduurd voor hij de stap naar de GGZ durfde te zetten. Hans dacht er zelf wel mee te kunnen dealen. Tenslotte heeft hij ook periodes gehad dat er niets aan de hand was. Toen kon hij het ook negeren. Zo'n periode zou vanzelf wel weer komen en dan zou hij er voor zorgen dat het nooit meer fout zou gaan. Want als je er even aan toegeeft is het heel moeilijk er weer mee op te houden. Uiteindelijk kost dat je alles. Vriendschappen, relaties en banen om maar een paar dingen te noemen. Maar ook plezier.

Dood


"Ik heb een paar neefjes en nichtjes. Die vinden het leuk om op bezoek te komen. Ik vind het zelf ook leuk als ze komen. Dan komen ze met hun ouders vanuit het dorp waar ze wonen naar de grote stad. Maar hier komt het probleem. Die kinderen zijn klein. Die raken alles aan wat ze zien. Die lopen hier door de straat en drukken wel tien keer op elk knopje bij elk stoplicht. En daarna lopen ze bij mij naar binnen. Vreselijk vind ik dat. Een jaar geleden waren ze op bezoek en ondanks dat ik het hartstikke leuk vond, wenste ik bij vlagen dat ik dood was. Ze raakten alles aan. Ze zijn twee uur op bezoek geweest. Ik ben daarna meer dan veertien uur bezig geweest elke centimeter van mijn huis weer te ontsmetten. Het was vreselijk. Je voelt je in je eigen huis niet meer op je gemak. Ik wilde dood toen. Ik heb daar serieus over nagedacht. Pas toen ik dood wilde besefte ik dat ik hulp nodig had. Toen ben ik naar de GGZ gestapt."


Aanvankelijk had Hans geen flauw idee wat de GGZ er aan zou kunnen doen. Hij is er meer uit wanhoop heen gestapt. Veel hoop had hij niet. "Maar ik had het mis. Aan de ene kant helpt het als je weet waar iets vandaan komt. Het idee dat ik nu alles vies vind komt dus niet omdat ik alles vies vind, maar omdat ik vroeger alles wilde controleren. Alleen al het feit dat ik me nu realiseer dat mijn smetvrees niets te maken heeft met iets wel of niet vies vinden, helpt me in te zien hoe onzinnig het allemaal is." De GGZ helpt hem ook heel praktisch. "Je kunt eindeloos gaan zeuren over vroeger en natuurlijk is het belangrijk om je gedrag te leren begrijpen, maar je moet er ook in het heden daadwerkelijk iets aan doen. Alleen maar over vroeger praten lost niets op."


Samen met zijn behandelaar heeft Hans een stappenplan gemaakt. Bezoek thuis probeert hij voorlopig nog even te voorkomen. “Dat is voor gevorderden.” Wat hij wel doet is in elk geval elke dag even naar buiten en als hij thuis komt maximaal tien minuten douchen. "Dat was vroeger wel anders. Elke keer als ik thuis kwam moesten al mijn kleren in de was en stond ik zeker een uur onder de douche. Al was ik maar vijf minuten buiten geweest. Nu mag ik dat stap voor stap ontwennen. Douchen mag nog, maar dan beperkt. En kleren wassen probeer ik niet meer elke dag te doen. Een broek is echt niet vies als ik er vijf minuten mee buiten heb gelopen. Het voelt heel smerig die dan gewoon nog aan te hebben. Ik had binnen nooit kleren aan die ik ook buiten aan had gehad. Nu doe ik dat wel. Het is een kleine stap, maar dit kan ik nog net. Als ik hier mee kan omgaan, volgt de volgende stap. Zo hopen we dat de situatie langzaam aan wat leefbaarder wordt."

Corona


Naast hulp van de GGZ krijgt Hans recentelijk ook hulp uit een wat minder gebruikelijke hoek. "Ik heb me sinds tijden niet zo goed gevoeld als nu tijdens de corona crisis." Hans kijkt ietwat schuldig. "Ik durf bijna niet te zeggen hoe geweldig ik het vind. Het is vreselijk hoe mensen momenteel lijden. Maar ik voel me zelf eindelijk op mijn gemak. Voor het eerst hoef ik mijn winkelwagentje niet meer in het geheim schoon te maken. Ik hoef niet meer stiekem alles met schoonmaakdoekjes te poetsen. Mensen kijken niet meer raar als ik ze geen hand wil geven. Ik kan net zolang met zakdoekjes lopen prutsen als ik wil, want inmiddels val je alleen nog maar op als je dat niet doet. Iedereen heeft nu smetvrees. Heerlijk. Ik vind het nog steeds moeilijk de deur uit te gaan, maar ik hoef in elk geval niet meer bang te zijn dat ik voor gek sta als ik zo raar doe. Het valt even niet meer op. Iedereen doet nu raar."


Maar ooit zal de maatschappij weer terug gaan naar normaal. Naar een bestaan zonder smetvrees. En dat moet Hans dus ook. De vraag hoe zijn leven voor de smetvrees was, doet hem veel. Er waren namelijk ook andere tijden. Hans had een goede baan, een relatie en een hoop vrienden. Ondanks dat hij vroeger soms ook wel de neiging tot smetvrees had, kon hij de verleiding er aan toe te geven weerstaan. "Ik weet dat het onzin is. Ik weet dat het niet helpt. Ik weet dat je niet kunt voorkomen dat je met bacteriën in aanraking komt. Ik weet dat er miljarden mensen niet aan deze waanzin toegeven en dat geen van hen daar ooit last door krijgt. Nou ja, misschien op de huidige situatie na dan. Ik weet al die dingen. Toch kan ik er vaak niet mee stoppen. Dan kan ik er niet tegen vechten. Als ik er niet aan toe geef, voel ik me net zo lang vreselijk vies tot ik het opgeef. Dan ga ik alles weer schoonmaken en daarna voel ik me weer even prettig. Even maar. Ik weet dat het vanaf dat moment weer helemaal fout gaat. Dan gaat het van kwaad tot erger. De periodes dat ik er niet aan toe gaf had ik echt een heel leuk leven. Maar als je eenmaal door de knieën gaat raak je alles weer kwijt."

De strijd aangaan


Hans heeft besloten de strijd aan te gaan in plaats van die uit de weg te gaan. Makkelijk is dat niet, maar verstandig is het zeker. "Het idee dat je dood wilt, omdat een nichtje van zes met haar handjes aan een tafel zit, is niet gezond. Zo'n situatie mag niet blijven bestaan, daar moet je iets aan doen. Lange tijd heb ik geprobeerd dit soort situaties te voorkomen, maar dat is geen oplossing. Dan geef je de strijd eigenlijk op. Als gevolg daarvan zag ik geen mens meer. Dat was mijn oplossing. Maar nu niet meer.”


Hans heeft met hulp van de GGZ hele simpele en duidelijke afspraken met zichzelf gemaakt en is vastbesloten daar niet vanaf te wijken. “Een minuut handen wassen is een minuut handen wassen. Dus niet anderhalve minuut en al helemaal niet een kwartier. Een paar weken later maak ik van die minuut vijftig seconden. En zo bouw ik onverstandig gedrag langzaam af. Ik weet zeker dat innerlijke strijd in veel gevallen gewonnen kan worden door een paar hele werkbare afspraken met jezelf te maken. Je moet de lat niet meteen te hoog leggen. Dan gaat het fout en kom je nooit een stap verder. Maar je moet de lat ook niet op de grond laten liggen, want dan kom je sowieso niet hoger. Wel of niet toegeven aan smetvrees is een innerlijke strijd. Het is vreselijk je smerig te voelen en je weet dat dat gebeurt als je niet toegeeft aan die strijd. Maar daardoor moet je je juist niet laten intimideren. Je moet strijden tegen dit soort innerlijke strijd, anders ga je er aan kapot. Je moet ervan winnen. Dat gaat niet ineens. Maar stap voor stap krijg ik nu al veel meer voor elkaar dan ik een jaar geleden had kunnen dromen. Dat was niet zo geweest als ik de situatie zoals die was had geaccepteerd. Ik ben er nog lang niet, maar ik ga er komen. Dan kan ik eindelijk weer normaal bestaan en daar zie ik naar uit."

tags: 

Lees de interviews: