Openheid over mijn behoeften geeft mij kracht

Karlijn (28) kreeg op jonge leeftijd te maken met angst en depressie. Zo leerde ze al vroeg zicht te krijgen op haar gevoelens. En wat ze nodig heeft om in balans te blijven. 'Ik kom in mijn kracht, doordat ik mijn beperkingen weet op te vangen.'

'Ik kreeg last van depressieve klachten toen ik in de puberteit zat, dus tijdens mijn middelbare schooltijd. Ik was nog zoekend naar wat er met me aan de hand was, kreeg net hulp. Het heeft een aantal jaar geduurd voordat ik open kon zijn over mijn psychische problemen. Dat had ook met de leeftijd te maken, kinderen zijn best hard. Ik werd bijvoorbeeld gepest met het feit dat ik veel afwezig was. Toen een klasgenoot vroeg of er iemand was waar ik mee kon praten, zoals een psycholoog - reageerde ik daarom met: 'Nee hoor, dat niet!!'

Tijdens mijn schooltijd ben ik een tijdje opgenomen geweest. Bij die opname heb ik geleerd om over mijn gevoelens te praten, en om uberhaupt te voelen. Omdat deze periode vroeg in mijn ontwikkeling plaats vond, heb ik me deze openheid goed eigen kunnen maken. Daar ben ik blij mee, ook al is een opname altijd dubbel. Ik merk bijvoorbeeld een verschil met mijn moeder, die veel later is begonnen met het uiten van haar gevoel.

Mijn kracht: ik weet wie ik ben

Ik denk dat je in het voordeel bent als je je kwetsbare kanten kent, geleerd hebt om daar bij stil te staan en erover te praten. Wanneer er dan iets gebeurt, kun je makkelijker terug vallen op de dingen die je al geleerd hebt. Soms lees je in de Libelle een interview met een quote: 'Op mijn 45ste volgde ik pas mijn hart'. Vanwege mijn kwetsbaarheden heb ik al veel eerder geleerd om te doen wat mij helpt en om minder voor anderen te leven. Eigenlijk uit noodzaak, omdat ik mezelf anders niet overeind houd.

Kwetsbaarheid en kracht gaan voor mij hand in hand. Zo heb ik veel behoefte aan duidelijkheid; onzekerheid en onvoorspelbaarheid vind ik lastig. Ik heb geleerd om dit aan te geven. Ik voel me eerst even afhankelijk hoe de ander er mee omgaat. Maar wanneer het goed ontvangen wordt en de ander er op in weet te spelen, is dat heel prettig. Er kan dan een goede samenwerking ontstaan. Ik ren mezelf dan niet voorbij, maar ik blijf ook niet hangen in de passiviteit van helemaal afhaken. Ik kom in mijn kracht, doordat ik mijn beperkingen heb weten op te vangen.

Wat vertel ik de tandarts

Een praktisch voorbeeld: ik was een tijd niet naar de tandarts geweest. Op een geven moment moest dat toch weer. Ik zat in dubio: wat vertel ik wel, wat vertel ik niet over mijn achtergrond? Samen met mijn begeleidster heb ik opgebeld om uit te leggen dat ik het lastig vond om weer naar de tandarts te gaan. We hebben toen afgesproken om het bezoek in stukjes op te delen: eerst een afspraak waarbij er niks werd gedaan, daarna een afspraak waarbij ze alleen keken en wat vertelden, en tot slot de afspraak waarbij ze daadwerkelijk wat deden.

Soms moet je even over die drempel heen om te zeggen: 'Ik vind het spannend, ik heb wat meer nodig dan een ander'. Bij de tandarts moest ik een lijstje invullen met medische vragen, met onder andere de vraag of je een specialist bezoekt. Toen heb ik ingevuld: 'Ja, voor psychische problemen'. Ik heb de keuze om eromheen te draaien, maar ik vind het goed dat het nu in mijn dossier staat. Dit kan in de toekomst de drempel verlagen om aan te geven dat ik iets spannend vind.

De werkvloer zou een spagaat geven

Ik denk dat het wel uitmaakt dat ik geen baan heb. Als ik me wat meer in de 'normale maatschappij' had begeven, zou ik vaker in een spagaat terecht komen en moeten aftasten: wat kan ik hier wel zeggen, en wat niet.

Na school kwam ik in een leerwerk-traject terecht, omdat ik door alle omstandigheden geen diploma's had gehaald. In dit speciale onderwijs is het makkelijker om beperkingen bespreekbaar te maken. Vervolgens ben ik doorgestroomd naar dagbesteding, omdat werk wat te hoog gegrepen bleek. Twee tot drie keer per week ga ik naar een dagactiviteitencentrum voor lotgenotencontact en creatieve activiteiten. Daar komen alleen mensen die ook psychische problemen hebben. De eerste drempel van onbekendheid en dat mensen het toch een beetje vreemd vinden, ben je dan gelukkig kwijt.

'Ik ben hier trouwens cliënt'

Daarnaast doe ik wel eens een cursus - en dan merk ik die spagaat wel. Tijdens de les ligt de focus op het leren, maar wat zeg je bijvoorbeeld tijdens de pauze? Bij een cursus Dieren EHBO heb ik de anderen bij een eenmalige les op de zorgboerderij waar ik dagbesteding deed over mijn achtergrond verteld. Mijn begeleider was er ook om over het werk op de zorgboerderij te vertellen. Ik besloot toen om mijn kant van het verhaal te belichten, wat de boerderij voor mij betekende. En dat ik daar niet als stagiaire betrokken was, maar als client. Ik heb daar geen vervelende reacties op gehad. De ene helft was stil en de helft van de groep reageerde verrast: 'Echt, dat hadden we van jou helemaal niet gedacht. Wat goed.'

Kwetsbaarheidskater

Ik heb niet snel last van schaamte over mijn psychische problemen. Wel twijfel ik soms hoe iemand zal reageren. Ik heb bij het voorstelrondje van een andere cursus bijvoorbeeld verteld dat ik bekend ben met depressies en angsten. Ik gebruik dan met opzet bekende termen. Mocht ik tussentijds uitvallen, of halverwege een cursusdag weg moeten omdat het niet gaat, dan hoop ik dat ze me met een wat minder rare blik aankijken. En op het moment zelf hoef ik dan niet naar woorden te zoeken.

Nadeel is wel dat er bij een voorstelrondje minder ruimte is om op elkaar te reageren. Daardoor kon ik lastig peilen wat ze er van vonden. Ik kan dan denken: waar hebben die twee het over als ze samen weglopen?. Ideaal gesproken zou ik sneller willen loslaten wat de ander denkt: 'dit deel ik, en je mag er van denken wat je wilt'. Aan de andere kant: de vraag 'hoor ik er wel bij' heeft te maken met niet verstoten willen worden, een oerdrang om te overleven. In die zin ben je daar als mens altijd wel een beetje op gericht.

'Een deel van de familie zwijgt het dood'

Dan heb ik het alleen over de familie van mijn moeders zijde. Hen vertel ik juist zo min mogelijk over mijn klachten. Ze vragen wel hoe het met me gaat, maar ik merk dat ze niet op een echt antwoord zitten te wachten. Of ze weten totaal niet wat ze daarmee moeten. Daar bescherm ik mezelf dan in. Ze hebben wel eens over mijn klachten gehoord en ze weten dat ik naar een zorgboerderij ging. Maar ze zwijgen het zelf liever dood, dus wat kan ik dan? De familie van mijn vaderszijde reageert overigens altijd begripvol of in ieder geval neutraal.

De familie van mijn moeder doet dat dan niet uit boosheid, maar meer uit onvermogen. Sommige mensen zijn gewoon veel praktischer ingesteld. Dus op verjaardagen hebben we het over algemene dingen. In het begin heb ik daar wel mee gestoeid: 'Wie ben ik daar dan?' Nu stel ik me daar op in: die avond gaat dat stukje van mezelf even uit. En ik weet dat het er weer kan zijn als ik thuis ben, of in gezelschap van andere mensen die mij daarin wel nemen zoals ik ben.

Vermoeiend masker

Ik merk wel dat het energie kost als je niet helemaal jezelf kunt zijn. Als ik bepaalde dingen moet verstoppen, omdat ik weet dat het niet ontvangen wordt. Mijn kwetsbaarheid is er elke dag, dus het maakt een groot deel uit van mijn beleving. Om mijn familie kan ik niet heen, dus ik heb deze manier gevonden om er mee om te gaan. Bij vrienden, mensen die ik wel echt uit kan kiezen, heb ik liever dat ze me nemen zoals ik ben. Dan hoef ik niet elke keer zo'n vermoeiend masker op te zetten. Want wat voor vriendschap heb je dan? Het gaat alleen maar ten koste van mezelf, terwijl een vriendschap iets zou moeten toevoegen. Je moet in bepaalde mate jezelf kunnen zijn.

Ik vind het mooi als mensen zich kwetsbaar durven opstellen. Toen ik bij de cursus op de Zorgboerderij had verteld dat ik daar client was, kwam na afloop een meisje naar me toe die aangaf dat ze het knap vond dat ik het had gezegd. Vervolgens deelde zij met mij dat ze hooggevoelig was. Die openheid komt dus terug. En ik heb dan niet meer het gevoel dat ik de enige ben. Ook naar vrienden toe heb ik gemerkt: hoe meer je deelt, hoe meer verhalen je terugkrijgt. Ik trek zo bovendien dezelfde soort mensen aan, die het niet erg vinden en zelf ook open zijn.

Take it or leave it

Als mensen mij vragen hoe het gaat, probeer ik, wanneer daar ruimte voor is, eerlijk te zijn. Ik laat weten of ik goed in mijn vel zit, of dat ik een mindere dag heb. Want goede en mindere dagen horen nou eenmaal bij mij. En dan mogen mensen dat ook wel zien. De wereld is al perfectionistisch genoeg. Dat het af en toe slecht gaat hoort bij het echte leven, het is zoals het is. Ik roep echt niet over straat hoe het met me gaat, maar bij een mindere dag antwoord ik eerlijk: 'Mwah'. Met zo'n blik van 'het houdt niet over'.

Alleen als ik erge haast heb, kan ik ook wel eens antwoorden dat het goed met me gaat, terwijl dat misschien niet zo is, bijvoorbeeld als ik mijn buren tref terwijl ik een afspraak heb. Mensen die mij goed kennen, weten genoeg als mijn antwoord 'Mwah' is. Kennen mensen mij niet zo goed, dan denken ze: 'Ok, even goede vrienden'. Zo kun je jezelf eraan wennen om af en toe iets te zeggen over je geestelijke gesteldheid. Als ik achterhoud wie ik ben en waar ik mee zit, wordt het steeds moeilijker om dat te doorbreken. Het wegstoppen wordt dan een automatisme. Ik heb liever dat mensen me afwijzen om wie ik echt ben, dan dat ze me accepteren om wie ik niet ben. Take it or leave it.'

Tip: open zijn met beleid

Mijn tip voor anderen: probeer zoveel mogelijk open te zijn, maar kijk wel goed wie je tegenover je hebt. Gaan mensen het toch niet begrijpen, kies dan voor jezelf. En waar het kan: doe het! Want uiteindelijk geeft het opluchting als de openheid goed uitpakt. En dat geeft weer vertrouwen om het vaker te gaan doen. De eerste keren vond ik het ook heel spannend, was ik zoekend hoe het aan te pakken. Op een gegeven moment ontwikkel je voelsprieten: wanneer kan het wel, en wanneer niet.

Kwetsbaarheid en psyche

Ik denk dat je je over alles kwetsbaar kunt voelen, dat hoeft niet per se met je psychische aandoening samen te hangen. Ik denk dat 'kwetsbaarheid' wel heel dicht bij psychische problemen ligt. Want psychische problemen gaan vaak over gevoelens, en gevoelens zijn per definitie kwetsbaar. Gevoelens zijn heel persoonlijk, en het is heel mooi om dat te kunnen delen en bij elkaar te herkennen. Het ligt wel extra gevoelig wanneer iemand het op zo'n moment niet snapt.
Met openheid over psychische klachten ben je ook een tegenhanger van het perfectionisme in de maatschappij. Die tegengeluiden moeten er ook zijn.

Ik ben in mijn kracht als ik kan aangeven wat ik nodig heb om met mijn aandoening om te gaan. Bij vriendinnen geef ik bijvoorbeeld aan dat ik niet een hele dag op stap kan, dat ik zoiets twee uurtjes volhoud. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Ik ga sowieso om vier uur weer naar huis toe'. Soms is het zo gezellig dat ik dan toch over mijn eigen grens heen ga, maar dat is dan meer mijn eigen schuld. Stoppen op het hoogtepunt is niet altijd makkelijk!'

Interview: Laura Vegter

Karlijn

tags: 

Lees de interviews: