Verbinding maken vanuit jezelf

Nicoline (50) heeft veel baat gehad bij het tonen van haar kwetsbaarheid. Zo vertelde zij tijdens een sollicitatiegesprek dat ze psychosegevoelig is, maar dat ze daar wel mee om kan gaan. Door dat niet te verbergen verminderde ze het risico op terugval. Achteraf gezien was dit haar eerste stap op weg naar ervaringsdeskundigheid.

'Toen ik begon te werken bij Stichting Pameijer, een RIBW in Rotterdam, ben ik in een team van medewerkers met ervaring gekomen. We dachten na over hoe je ervaringen in kan zetten in je werk. Later heb ik een post-hbo opleiding bij GITP in Amsterdam gevolgd, een Leergang Ervaringsdeskundigheid Veerkracht (LEV). In 2012 ben ik ook bij Howie the Harp gaan werken, het onderwijscentrum van Pameijer. Daar heb ik bijgedragen aan het opzetten van de éénjarige opleiding tot ervaringsdeskundige en heb ik drie jaar gewerkt als ervaringsdeskundig coach. Op dit moment ben ik coördinerend ervaringsdeskundige bij Pameijer.

Kwetsbaarheid en geluk

Ik heb de behoefte om in openheid met mensen te zijn. Bij Howie the Harp werd gezegd: je maakt verbinding met de ander vanuit jezelf. Dat vond ik een mooie les. Voor mij zit die openheid al in de kleine dingen, bijvoorbeeld dat ik eerlijk antwoord geef op de vraag 'hoe gaat het?'. Uit Brené Browns boek blijkt dat het een functie heeft om in contact te staan met je kwetsbaarheid: zij ziet een relatie tussen open zijn over je kwetsbaarheid en geluk. Dat vind ik mooi.
Mensen zijn vaak geneigd om alleen maar hun 'Facebook-gezicht' te laten zien. Wanneer ze een vervelende dag hebben gehad, maar wel één leuk ding hebben meegemaakt, is dat vaak het enige dat ze aan mensen vertellen ' kwetsbaarheden houden ze voor zich. Dat vind ik een gemiste kans, want door openheid maak je verbinding met elkaar.

Verbinding maken

Over het algemeen merk ik dat mensen begripvol zijn wanneer ik open ben, bijvoorbeeld over spanning die ik voel. Laatst was ik bijvoorbeeld erg gespannen tijdens een vergadering, omdat ik binnenkort op reis ga. Toen heb ik dat uitgesproken. De reacties waren heel lief: ik kreeg de ruimte om wat minder te presteren en om eerder naar huis te gaan als ik dat wilde. Mijn collega's hadden al in de gaten dat er iets aan de hand was, en doordat ik het uitsprak ontstond er meer openheid en verbondenheid en zagen mensen ook hun eigen waarneming bevestigd.
Soms loopt het anders. Ik gaf een keer een workshop aan behandelaren over herstelondersteunende zorg. Daar begon ik met een stelling van Brené Brown: dat wij als volwassenen nog steeds elke dag met onze kwetsbaarheid te maken hebben. Dat kwam helemaal niet aan bij het publiek. Mensen schoten in de verdediging en daardoor voelde ik me erg kwetsbaar. Mijn stem werd klein en ik kwam niet meer op voorbeelden. Ik merkte op dat moment dat de bron waaruit ik normaal kan putten dichtging.
Op zo'n moment komt er geen verbinding tot stand. Het resultaat dat je had willen bereiken wordt niet behaald en het verhaal blijft eenzijdig. Ik was niet tevreden, maar tegelijkertijd trek ik het mezelf tegenwoordig niet meer persoonlijk aan. Het is immers een onderwerp waar veel mensen op hun werk niet mee geconfronteerd willen worden. Als je daar bij zo'n workshop dan toch de aandacht op vestigt, ontstaat er een conflict tussen de verwachtingen van jou en die van het publiek.

Een eigen sleutel

Sommige mensen vinden het prettig om op hun werk hun 'werkpet' op te zetten, maar voor mij werkt dat niet. Ik wil op mijn werk ruimte maken voor mijn kwetsbaarheden. Ik vecht er niet meer tegen, maar ga er op mijn manier zo goed mogelijk mee om. Dat zie ik als mijn kracht. Ik denk dat we allemaal een eigen sleutel hebben in hoe we omgaan met onze kwetsbaarheid. Soms moet de omgeving zich daar dan maar een beetje naar aanpassen.
Vroeger trok ik het me persoonlijk aan, wanneer ik iets deelde en de ander zich vervolgens terugtrok uit de verbinding. Als ik bijvoorbeeld met mijn familie ergens over wilde praten, dan vonden zij het al snel genoeg, terwijl ik net op gang kwam. Voorheen dacht ik op zo'n moment: 'Ik zal wel niet interessant genoeg zijn'. Later ben ik in gaan zien dat sommige mensen het helemaal niet prettig vinden om altijd op die manier in verbinding te zijn.
Ik probeer niet in wij/zij te denken, en daarmee te zeggen dat mijn manier de beste is. Voor mij is in verbinding staan van belang en ziet dat er op een bepaalde manier uit, maar de ander kan daar op een hele andere manier mee omgaan. En dat is ook prima. Ik wil niet door ruimte voor mezelf te creëren de ander veroordelen of uitsluiten.

Kwetsbaarheid in het gezin

Mijn vader is bijna twintig jaar geleden overleden en ik heb hem eigenlijk nooit goed gekend. De generatie van mijn ouders hield veel voor zichzelf. Zo heeft mijn moeder me, pas nadat ik jaren met psychoses heb geworsteld, verteld dat zij in het verleden ook een periode heeft gehad die lijkt op een psychose. Ik vind het jammer dat ik dat niet eerder wist, toen ik er zelf zo mee worstelde. Bij mijn kinderen wil ik dat anders doen.
Als ik verdrietig ben, laat ik dat zien aan mijn zoontje. Ik vertel hem dat huilen gewoon een emotie is, net als lachen. Hij is nu zeven. Als ik ergens mee zit, uit ik dat naar hem. Zo erken ik zijn waarneming en weet hij dat het er mag zijn. Op die manier probeer ik in ons gezin plek te maken voor kwetsbaarheden, die van mij en zijn vader en die van hemzelf. Ook als hij iets doet of zegt dat mij kwetst, dan benoem ik dat. Tot nu toe is hij een heel stevig jongetje, ook mentaal. Maar als ik bijvoorbeeld schaamte op zijn gezicht zie, zoals wanneer hij een verkeerd antwoord geeft, probeer ik hem gerust te stellen en te vragen wat hij voelt. Ik vind het belangrijk om ook ingewikkelde emoties te normaliseren, en hem mee te geven dat die er mogen zijn. Een heleboel mensen, waaronder ikzelf, krijgen het wereldbeeld mee dat als je maar hard genoeg werkt en een partner, baan en kinderen krijgt, dat het dan automatisch allemaal goed komt. Dat wereldbeeld wil ik hem niet meegeven, want dat klopt helemaal niet.

Collega, niet cliënt

Ik zie dat er nog veel zelfstigma is onder ervaringsdeskundigen in het werkveld. Ervaringsdeskundigen denken vaak dat hun kwetsbaarheid er niet meer mag zijn op het moment dat ze gaan werken. Wanneer ze net aan het werk gaan, vallen ze soms een beetje terug in oude patronen, bijvoorbeeld in angst en onzekerheid. Soms heb je als ervaringsdeskundige bij aanvang van een nieuwe baan de neiging om snel te denken: 'Oh, daar ga ik weer! Ik ben onzeker en dat mag niet'. We moeten elkaar daarin ondersteunen. Het normaliseren van zulke gedachten en gevoelens is belangrijk. Iedereen is onzeker wanneer ze net met een nieuwe baan beginnen. Als je die onzekerheid benoemt, kan je daarna weer meedoen en je talenten laten zien.

Dat stigma zie je ook vanuit 'reguliere' werknemers in de GGZ. Zij vragen mij soms als er een ervaringsdeskundige in hun team komt: 'Krijgen we er een collega of cliënt bij?'. Ik antwoord dan volmondig: 'Een collega'. Vaak denkt men dat een ervaringsdeskundige een last voor het team zal zijn. Ik zie ervaringsdeskundigen als gewone collega's die net zo op hun werknemersvaardigheden aangesproken mogen worden als ieder ander. Vaak zijn er allerlei aannames over ervaringsdeskundigen. Wanneer iemand bijvoorbeeld te laat is, wordt er direct gedacht: 'Jij kan door je kwetsbaarheid natuurlijk niet goed je bed uitkomen'. Terwijl dat dan helemaal niet zo is. Daardoor durven ervaringsdeskundigen zich bijvoorbeeld ook moeilijk ziek te melden. Meestal gaat men dan niet uit van een griepje, maar denkt direct dat je een terugval hebt. Als dat het geval blijkt te zijn, praat je er natuurlijk over, maar je moet er nooit direct vanuit gaan.

Pas op de plaats

Soms merk ik dat ik dingen weer meer op de automatische piloot ga doen. Dan handel ik niet meer vanuit mezelf, maar puur vanuit de waan van de dag en de automatismen die daarmee gepaard gaan. Dan keer ik ook meer naar binnen toe en reageer ik oppervlakkiger op dingen. Nu merk ik dat op en ik weet dat ik dan een pas op de plaats moet maken. Ik ga bijvoorbeeld naar de sportschool of een wandeling maken met een vriendin. Ik neem de tijd om in mijn lijf te komen en de emoties die er zijn te laten komen.
Dat is ook mijn wens voor de toekomst: dat ik bij mijn kwetsbaarheid kan blijven en dat niet verstop. Hoe minder ik in contact sta met mezelf, hoe minder ik ook verbinding maak met de ander. En die verbinding vind ik een heel groot goed, zowel in mijn werk als in de rest van mijn leven.

Nicoline

tags: 

Lees de interviews: